Conceptontwikkeling

Jenaplan als open model
Er is een tijd geweest dat er, enigszins gekscherend, onderscheid gemaakt werd tussen Jena-van-plan-scholen en Jenaplanscholen. De eerste moesten het nog worden en de laatste waren het al. Het onderscheid is verdwenen, want we gaan ervan uit dat alle scholen die zich Jenaplanschool noemen het Jenaplanconcept - zoals uitgewerkt in de basisprincipes - als uitgangspunt voor hun schoolontwikkeling nemen: ze zijn het al (zijn er op aan te spreken) en ze zijn er nog niet. Het laatste van de basisprincipes Jenaplan luidt niet voor niets: In de school worden verandering en verbetering gezien als een nooit eindigend proces. Dit proces wordt gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken. Dat geldt voor scholen die pas als Jenaplanschool beginnen, maar evengoed voor scholen die daar al tientallen jaren mee bezig zijn. Er zijn oude Jenaplanscholen die vastlopen in organisatie-
vormen die destijds bruikbaar waren, maar die nu overleefd zijn. De tijd staat n.l. niet stil: kinderen van nu zijn anders dan die van dertig jaar geleden, de samenleving verandert snel en ook onderwijskundige inzichten evolueren.

Niet alle veranderingen zijn verbeteringen, je hoeft je niet zomaar te laten meedrijven met alle veranderingen en de laatste modes. Maar de Jenaplanbeweging moet ook openstaan voor maatschappelijke en culturele veranderingen en voor nieuwe ontwikkelingen op het terrein van de opvoedings- en onderwijs-
wetenschappen. Ontwikkelingen die overigens vaak minder nieuw zijn dan soms wordt gesuggereerd. Zo is bijvoorbeeld coöperatief leren voor Jenaplanscholen niet nieuw: er vindt veel onderlinge hulp plaats en er wordt heel wat samengewerkt. Tegelijkertijd worden er terecht nieuwe vragen gesteld: In hoeverre is het echt samen-werken? Worden kinderen geïnstrueerd in samenwerken en helpen? Triomfalisme - zie je wel, hebben we altijd al gezegd - is niet zo’n vruchtbare houding, hoe verleidelijk die soms ook is.

Wat is de relatie tussen basisprincipes-kwaliteitskenmerken-kernkwaliteiten jenaplan en jenaplanessenties?

De basisprincipes vormen de waarden van het jenaplanonderwijs, die vervolgens samen te vatten zijn in de zgn. kwaliteitskenmerken. Op waardenniveau moet een jenaplanschool daar aan te herkennen zijn.
Op concreet niveau vormen de jenaplankernkwaliteiten op hoofdlijnen de concretisering van de basisprincipes en zijn mede verheven tot erkenningscriterium voor een erkende jenaplanschool (net als de basisprincipes). Elke erkende jenaplanschool heeft zich gecommitteerd om de jenaplankernkwaliteiten vervolgens op schoolniveau verder te concretiseren. Daar is b.v. een NJPV digitaal instrument voor: zelfevaluatie jenaplankernkwaliteiten.
Uit een studie tussen jenaplan en freinetonderwijs zijn 7 essenties naar vormen gekomen, die in beide concepten te vinden zijn.
Op basis hiervan zijn 10 jenaplanessenties vastgesteld, die opgenomen zijn in het vernieuwde opleidingsplan voor de post HBO opleiding jenaplanonderwijs. Je kunt ze opvatten al extra opbrengst voor een jenaplanschool.


Meer lezen over conceptontwikkeling: 





Stand van zaken
Van tijd tot tijd moet de stand opgemaakt worden en moet geformuleerd worden wat wezenlijk is voor Jenaplanbasis-
onderwijs, met het oog op de nabije toekomst. Waar gaan we in mee? Wat wijzen we af? Waar geven we een eigen vorm aan? Welke vergeten aspecten uit het Jenaplan moeten we weer eens voor het voetlicht halen en actualiseren? Welke nieuwe wegen slaan we in? Dat doe je als Nederlandse Jenaplanscholen, georganiseerd in de NJPV, gemeenschappelijk: je werkt samen aan zo’n actueel Jenaplanconcept en je bent bereid de ontwikkeling van de eigen school daaraan te toetsen.





conceptontwikkeling.pdf