Ontwikkeling competenties 4-12 jarigen

Opgroeien in onze complexe samenleving
Uit het overzicht van maatschappelijk-culturele ontwikkelingen (zie menu Jenaplanscholen nu en later) kan opgemaakt worden dat opgroeien in onze samenleving een ingewikkelde kwestie is. Niet voor niets wordt gesproken over fragmentarisering en zingevingscrisis. Hoe kun je als kind daarin je weg vinden en je veelzijdig ontwikkelen? Hoe kan de school (als onderdeel van de totale opvoeding) kinderen daarbij helpen? Bouwstenen zijn ook te vinden in opvattingen over leren die in hoofdstuk 3 uiteengezet werden. Een sleutelpositie wordt ingenomen door de kwaliteitscriteria voor Jenaplan-basisonderwijs in onze tijd. Deze criteria hebben ook consequenties voor de eigen inkleuring van de doelstellingen van basisonderwijs, de accenten die je legt. In dit hoofdstuk beschrijven we de doelen/doelgebieden van Jenaplan-basisonderwijs. Deze sluiten heel nauw aan bij de doelen die in artikel 8 van de Wet op het Basisonderwijs worden geformuleerd: ’Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en verstandelijk ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden’ (lid 2) en: ’Het onderwijs gaat er mede vanuit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving’ (lid 3).
Basisprincipe 4 spreekt over het erkennen als totaal mens en de consequenties daarvan.

Twee groepen van doelen
We onderscheiden daarbij twee groepen van doelen:

  • persoonlijkheidsvormende doelen, gericht op de ontwikkeling van verschillende aspecten van de persoonlijkheid van de kinderen: denken, voelen, willen (ook wel te benoemen als: oordelen en waarderen), verbeeldingskracht, kunnen;
  • oriëntatiedoelen, gericht op verschillende dimensies van de werkelijkheid waarmee we kinderen in aanraking willen brengen. Dat zijn de aan ruimte en tijd gebonden waarneembare werkelijkheid en de niet-zintuiglijk waarneembare werkelijkheid: levensbeschouwing - ruimte, tijd, verbeelding en levensbeschouwing.

Verbeelding hoort enerzijds onder de persoonlijkheidsvormende doelen (verbeeldingskracht), maar heeft met name betrekking op de niet-zintuiglijk waarneembare dimensie van de werkelijkheid en zal daarom bij het laatste besproken worden. Zoals al eerder gezegd: het gaat hierbij om onderscheidingen, niet om scheidingen! Zoals zal blijken grijpen de doelen heel vaak in elkaar.

Het gaat hier om integrale doelen voor Jenaplan-basisonderwijs, dat wil zeggen dat ze doorwerken in:

  • inhouden en werkwijzen;
  • schoolorganisatie: structuur en cultuur.


Meer lezen over ontwikkeling competenties:




Uit jenaplan 21 Kees Both
’Leraar zijn valt niet mee, maar kind zijn ook niet. Ook het beeld van de jeugd als een onbezorgde blije periode in het menselijk leven is meer karikatuur dan realiteit. De wereld is een tamelijk hard milieu, waarin veel wordt geëist en weinig rekening wordt gehouden met kinderen.’

Lennart Vriens, Kleine mensen, grote rechten (Mensen-kinderen, januari 1997)

normscan.pdf
ervaringsreconstructies maken.pdf
meervoudige intelligentie.pdf
achtste intelligentie.pdf