Project De Evenaar: voor kinderen die ‘vooral aangaan van doen’

De Zonnewereld bouwt aanbod bij hun jenaplanvisie

Wat doe je als iemand op het parkbankje naast je lijkt te stikken? Hoe verbind je een beenwond? Hoe programmeer je een snoepautomaat zo dat hij één stroopwafel uitgeeft, zonder dat de volgende ook al valt? Op de Zonnewereld in Vleuten is het project De Evenaar dit schooljaar gestart: een spannende, engagerende lessenserie in vijf profielen voor kinderen die “vooral aangaan van doen”, zoals ontwikkelaar Wendel Dulack het zegt. Het project begon toen de school zich afvroeg: zien wij de jenaplanbasisprincipes voldoende terug in ons aanbod?
Door Geert Bors

De Vleutense jenaplanschool Zonnewereld gaat binnenkort naar een nieuwe plek. Tot die tijd zit de school nog gehuisvest in Brede School ‘De Weide Wereld’, samen met een middelbare school, kinderopvang, een buurtcentrum en een sportzaal. Het is even zoeken naar de ingang. De andere kant van het grote gebouw. Een stevige trappartij op. Daar, een welkomstbord bij een glazen deur.

Eenmaal binnen tref je misschien wel de meest langgerekte school van Nederland: vierhonderd kinderen en hun stamgroepleiders zitten allemaal op een lange verdieping, aan een gang op twee hoogtes. Aan de straatzijde de lager gelegen gang met een serie lokalen, en aan de hoger gelegen gang hetzelfde, met lokalen die toegang geven tot het betegelde dakterras van het gebouw dat ook als speelplein dienstdoet.

Op de nieuwbouwplek, aan de Passiebloemweg, zal de omgeving straks heel wat groener zijn. Met een uitgekiend plantschema met veelal inheemse bomen en struiken, een hooilandje, wadi’s voor overtollig water, een tiny forest, struwelen en grondwallen met vogelbosjes. Maar ook in deze lange gang, op de oude plek, miegelt het van de levendigheid. Een pedagogische levendigheid, dan. Bijvoorbeeld in het lokaal waar de begeleider van het project De Evenaar, Lida Klaver, is neergestreken met de deelnemende bovenbouwers.

Reflection in action

Phileine heeft een fikse wond aan haar been en Kiki legt een snelverband aan. “Ja, goed”, begeleidt Lida de bezigheden. Het verband wordt gezwachteld, steeds met een keurige 2/3 overlap met de vorige laag. “En nu de boven- en onderkant goed vouwen, zodat er geen vuil in kan, weet je nog? Zorg dat het niet te los zit, maar ook niet te strak.” Kiki rommelt een beetje met de twee losse kleefstrips, maar dan zit alles op z’n plek.

“Wie heeft er tips en tops?”, vraagt Lida de groep van zo’n tien kinderen. Een jongen antwoordt: “Doe het niet te chaotisch. Het heet wel snelverband, maar het hoeft niet letterlijk snel aangelegd te worden.” Kiki vertelt hoe lastig het was om die twee kleefstrips niet verstrikt te laten raken. Al doende zocht ze naar manieren waarop dat beter kan, zeker toen het verband naar de grond toe afrolde. “Je hebt ook tips aan jezelf, wat goed. Je reflecteerde al terwijl je bezig was”, stelt Lida. “Hoe kun je zorgen dat de rol niet valt?” Kiki: “Aan Phileine vragen of ze hem wil tegenhouden.” Conciërge Yahya kent zijn EHBO en vult aan dat er ook een verbeterde variant van het verband bestaat, in één stuk, waarbij je niet meer twee uiteindes in de gaten hoeft te houden.

'Je hebt ook tips aan jezelf, wat goed. Je reflecteerde al terwijl je bezig was' (Lida, begeleider De Evenaar)
 

Natuurlijk had Phileine niet echt een wond. Dit is een les over ongelukken met wonden, hoe je ze kunt verbinden en voor wat voor soort ongeval je welke handelingen moet verrichten. Niet your average basisschoolstof. Maar dit is dan ook het onderwijsproject De Evenaar, vijf verschillende profielen over uiteenlopende onderwerpen van koken en proeven tot werken met 3D-printen, van lego-constructies en programmeren tot EHBO.

Als totale mens erkend, benaderd en aangesproken

“Het begon een paar jaar geleden met een studietweedaagse waarbij de vraag centraal stond: sluit ons onderwijs voldoende aan bij onze jenaplanvisie?”, vertelt Wendel Dulack, stamgroepleider in bovenbouwgroep en ontwikkelaar van De Evenaar: “Doen we wat we beloven? Kun je onze kernwaarden concreet terugzien in ons aanbod?”

Voor Wendel begint het bij de meest centrale waardeoriëntatie in het Jenaplan: de twintig basisprincipes. “Elk mens is uniek en heeft een onvervangbare waarde, staat daar meteen. En: elk mens wordt steeds al totale mens erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.” Nu bood de school al een hele tijd De Horizon, een programma voor kinderen die meer cognitieve uitdaging nodig hebben. “Daarbij krijgen de kinderen niet alleen inhoudelijk extra aanbod, maar gaat het er vooral ook om dat ze wrijving tegenkomen in hun leren: ze hebben het nodig om door de leerkuil te gaan, dat ze het even niet meer weten en dat ze moeten gaan nadenken over ‘leren leren’. Dergelijke wrijving en hobbels komen ze anders niet snel tegen in hun onderwijs.”

Voor Wendel begint het bij de meest centrale waardeoriëntatie in het Jenaplan: de twintig basisprincipes
 

Noem De Evenaar niet de tegenhanger van De Horizon, want dat is het niet. In de zoektocht naar het aanspreken van de uniciteit van elk kind, biedt De Evenaar namelijk een heel andere invalshoek om kinderen tegemoet te treden. Het zijn modules die speciaal zijn ingericht voor kinderen die, in Wendels woorden, “vooral aangaan van doen”: “Niet ieder kind gaat naar een vervolgopleiding met veel leren uit boeken, maar ook zijn er veel kinderen die de leerstof graag concreet, beeldend, voor zich zien. Kinderen die leerstof vooral internaliseren door te ervaren, door uit te proberen. Je kunt dus zomaar een kind zijn dat past in De Horizon én in De Evenaar.”

Wespensteken en tekenbeten

Intussen denkt de net nog omzwachtelde en bepleisterde groep (Madelief heeft een pleister op haar neus laten zitten) hardop na bij wat voor soort wond je de huisarts moet bellen. Of juist meteen 112. Of dat je het zelf kunt oplossen. Er staat een serie prik-, beet- en snijwonden op het bord. Tijd voor een vrolijke werkvorm: wie wil, mag naar voren komen en zonder woorden een type wond uitbeelden. Quinten speelt vol overgave dat er een voorwerp vastzit in zijn wond. Roos doet alsof ze gegrepen is door een hond. “Yo, zij is gebeten door een dagoe”, roept een jongen met Vleutense street swag.

Een roestige spijker? Een schaafwond groter dan de helft van je hand? Gebeten? Dan is het tijd om na te gaan of je een tetanusprik nodig hebt. Zeker als een wond diep is, als hij rood en warm wordt, is het tijd voor de huisarts. “En wat is het eerste dat je doet?”, vraagt Lida Klaver. “Zeggen: stoute hond!”, “De kat wegjagen!” Nee, laat Lida invullen door een meisje dat het nog weet: je spoelt eerst de wond schoon met water en zeep. Van vuil en van dieren kún je ziektes krijgen. “Ooowh jaaah”, klinkt het uit meerdere kelen. Wespensteken en tekenbeten leveren meteen daarna nieuwe spannende gespreksstof op. “Mijn neef had een keer…”

Het toppunt van nieuwsgierigheid

In een lokaal aan de lage kant van de gang is het rustig. De middenbouwgroep is net vertrokken naar de gym, onderin het gebouw. Sep (7, 4e leerjaar) en Annelie (8, 4e leerjaar) doen mee aan De Evenaar en willen wel even blijven om iets te vertellen. Annelie: “Bij De Evenaar waren vijf onderwerpen en we mochten er twee doen. Eentje kies je zelf en de andere kiest de juf voor je.” Sep: “Allebei hebben we 3D-ontwerpen gedaan. Lego en programmeren had ik zelf gekozen en 3D had de juf voor mij gekozen. Jij hebt ook 3D gedaan.” Annelie: “Ja, dat wilde ik zelf. De juf koos koken en proeven voor mij.”

“Weet je wat het nadeel is?”, gaat Annelie verder: “Je moest ook stomme dingen proeven.” Voorbeeld? Ze maakt er een raadseltje van: het is rond…, groen…, met een gaatje erin... Je kreeg het met een lepel waar extra zout water op zat. Sep denkt na: “O, olijven! Die vind ik zó lekker.” Annelie: “Nou, ik moest bijna overgeven.”

Dat ze uitgekozen zijn voor De Evenaar heeft te maken met hun springerige geest, denken ze allebei. “Ik ben een stuiterbal”, meent Sep, “Stilzitten kan ik niet. Geduld heb ik ook niet veel.” “Dat merkt iedereen in de klas”, lacht Annelie. “En dan houd ik me op school nog in”, zegt Sep. Annelie noemt zichzelf ook ongeduldig. Ze nemen de voorwerpen in het lokaal door die helpen om rust te brengen en zichzelf te reguleren. Werken aan de statafel, fidgetspinners, smartgames. Sep heeft er intussen een Duckie bij gepakt: “Kijk hier, deze mop is heel grappig.” Annelie blijft bij het onderwerp: “Als ik ongeduld voel, ga ik eerst denken aan mijn lievelingsdier of aan eten. Als dat niet werkt, denk ik aan buitenspelen. Dan weet ik: nog héél even wachten. Meestal word ik dan weer rustig.” Sep mag wel eens een kaartje trekken, bijvoorbeeld: ‘Ren buiten een rondje’.

Nu die mop dan: wat is het toppunt van nieuwsgierigheid? Niemand? “Door het sleutelgat van een glazen deur kijken”, leest Sep voor. Zijn Sep en Annelie nieuwsgierig? “Heel”, zegt Annelie. “Als er thuis overlegd wordt en ik vraag ‘waar ging dat over?’, dan zegt mijn moeder: ‘Annelie, je hoeft niet álles te weten.’” Heeft De Evenaar ook te maken met nieuwsgierigheid? Annelie mijmert even: “Hmm, niet per se. Want in de klas ben ik óók nieuwsgierig. Ik wil steeds nieuwe dingen leren en uittesten. Nieuwe sommen, een nieuw werkboek.” Maar De Evenaar helpt wel, vertelt Sep: “In de klas hadden we het project Bouwen, en het ging over Nederland en molens. We gingen met een 3D-pen werken en omdat wíj dat al gedaan hadden bij De Evenaar, konden wíj het uitleggen aan de anderen!”

'We gingen met een 3D-pen werken en omdat wíj dat al gedaan hadden bij De Evenaar, konden wíj het uitleggen aan de anderen' (Sep, leerjaar 4)
 

Ze houden er wel van, van dat project Bouwen. Bouwen met ijsstokjes. En van kranten een stoel maken waar je echt op kunt zitten. “Eerst de kranten oprollen en stevig met tape vastmaken”, legt Sep uit. “En dan vlakken maken waar je veel driehoeken in verwerkt. Driehoeken zijn supersterk, wist je dat? Zelfs de juf kon op onze krantenstoel zitten.” Als ze het moet vergelijken met het werk in de stamgroep, zegt Annelie, dan gaat het in de klas vooral over rekenen, spellen, begrijpend lezen. Dat is oké, maar het zijn dingen die moeten. “Bij De Evenaar ga je bijvoorbeeld brood bakken. Dat is óók werken, maar dan ga je het doen omdat je het helemaal zelf wilt.” “Zullen we nu naar gym?”, stelt Sep voor.

Wat doe je als iemand naast je stikt?

Terug bij De Evenaar is inmiddels een groep middenbouwers begonnen. In groepjes van drie leggen ze een stapel kaartjes uit om te beslissen in welke volgorde van urgentie ze zouden handelen bij een val uit een klimrek of een vrouw die zich op het parkbankje naast jou verslikt. Vragen of het gaat. Geruststellen. Nagaan of het veilig is om hulp te bieden. 112 bellen. Dit kaartje hier, dat andere toch iets verder naar beneden.

“Als je iemand niet kunt horen ademen en het heeft niet geholpen om tussen de schouderbladen te slaan, is er de Heimlichgreep om te proberen de blokkade van de luchtwegen weg te halen”, vertelt Lida. “Maar… als je dan iemands ruggengraat kapot drukt?”, vraagt een jongen. Dat zal niet zo gemakkelijk gebeuren, legt conciërge Yahya uit. “Wel kun je een rib breken, maar dat is veel minder erg dan dat iemand niet meer kan ademen.”

“Was dit moeilijk?”, vraagt Lida iets later. “Half-moeilijk”, antwoordt een meisje. “Soms lijken veel kaartjes even belangrijk.” Lida: “Er zijn vier dingen die altijd belangrijk zijn: let op je eigen veiligheid, kijk goed naar wat er gebeurd is, bel 112 als het nodig is, en pas je EHBO-kennis toe, terwijl je het slachtoffer geruststelt.” Tijd voor een hands-on oefening. Pleisters knippen: pleisters zijn langwerpig en plat, terwijl je neus heel anders kromt dan bijvoorbeeld de holte tussen je vingers. Op het bord staan een aantal manieren om een pleister in te knippen voor wonden op verschillende plekken. Kies er één, knip en plak!

Zorg dragen voor jezelf en de ander

Er doen dit jaar 40-50 kinderen mee aan De Evenaar. De helft komt uit de middenbouw, de anderen zijn bovenbouwers. Het selectiecriterium: kinderen die meer leren door te doen. “Het is geen pretklas. Vandaar ook dat de kinderen één thema kiezen en wij een tweede thema, waarvan wij denken dat ze het interessant zullen vinden én waarbij ze zich uitgedaagd voelen”, vertelt ontwikkelaar Wendel Dulack bij een koffie in de teamkamer, “Het uiteindelijke doel is om kinderen zich competent te laten voelen. We zien dat ze meer eigenaarschap nemen en zich op de onderwerpen waarin ze zich gespecialiseerd hebben een expert voelen in hun eigen stamgroep.”

“We zijn sowieso al geen werkbladenschool. We hebben bij alle thema’s in de stamgroepen eindopdrachten waarbij je zelf iets maakt. Soms talig – een poster, een krant. Andere keren iets waarbij je je handen meer nodig hebt, zoals een schaalmodel van het nieuwe schoolgebouw, waarbij je je stamklas met alle tafels en stoelen op schaal maakt.” Toch vond de school dat ‘het kind dat aangaat van doen’ nog wat meer gevolgd kon worden in zijn talenten en behoeftes.

Wendel: “Als jenaplanschool die onderschrijft dat elk kind uniek is en als totale mens aangesproken moet worden, uiten wij hiermee ook naar het kind en de ouders: we zien je.” Met het ondersteunen van kwaliteiten die in het gangbare schoolcurriculum minder makkelijk aangesproken worden, voelen kinderen zich in hun kracht komen, stelt Wendel: “We zien hun nieuwsgierigheid, we zien hun betrokkenheid als ze mogen ontdekken en onderzoeken. Ook merken we hoe ze zich verantwoordelijk gaan voelen en hoe ze hun belevingswereld met elkaar gaan delen. Lida vroeg pas een jongen om hulp toen er in de groep gewerkt ging worden met 3D-printers. Dan merk je dat zo’n jongen het door het uit te leggen aan iedereen, zich stevig voelt staan en nóg een keer aan het leren is.”

'We zien hun nieuwsgierigheid, we zien hun betrokkenheid als ze mogen ontdekken en onderzoeken. Ook merken we hoe ze zich verantwoordelijk gaan voelen en hoe ze hun belevingswereld met elkaar gaan delen' (Wendel, ontwikkelaar De Evenaar)
 

Bij De Evenaar, net als bij De Horizon, wordt verder gekeken dan de aansluiting bij individuele leerbehoeftes of talenten van kinderen. Wendel: “We denken ook aan de wereld waar deze kinderen straks in terechtkomen. Bij veel van de onderwerpen die we kiezen, weten we dat er tekorten zijn in de maatschappij. Maar vooral gaat het erom dat je op een jenaplanschool leert om om te zien naar elkaar, zorg te dragen voor jezelf en de ander. We zetten in op leren plannen en organiseren, op samen één groep zijn. Een poos geleden hielpen de kinderen met een broodjesbar voor het goede doel. We hebben toen samen 825 euro opgehaald. We willen graag dat kinderen anders van school gaan: dat ze zien dat ze het niet alleen voor zichzelf doen. Dat er een plek voor hen is in de samenleving en dat ze een taak mogen oppakken naar de toekomst.”

‘Waarom ik in De Evenaar mocht? Geluk, denk ik.’

Jesse (10, 7e leerjaar) en Levi (12, ook in het 7e leerjaar) zijn twee jongens uit Wendels stamgroep. Zij hebben onder andere het project met lego gedaan, waarbij je én ontwerpen maakte in technische lego én leerde programmeren om je machine op afstand te kunnen bedienen. “We gaan binnenkort naar een nieuw schoolgebouw en Wendel verzon voor ons de opdracht om voor die nieuwe school een snackautomaat te bouwen”, begint Jesse.

“We houden allebei van Lego Technic, van werken met tandwielen en motortjes”, vult Levi aan. Jesse: “Ja, jij ging vooral bouwen en ik ging programmeren. Dat was voor mij best wel nieuw. Ik wist daar nog niks van.” De jongens laten de constructie zien die ze gebouwd hebben – je kijkt rechtstreeks in de machinekamer, waar tussen opstaande constructies, verbonden tandraderen en kleine elektromotortjes klepjes wegschuiven. Er moet een stroopwafel, een klein blikje cola en een leeg doosje Big Mac uit kunnen komen. Elk van die items staat opgesteld in de machine en moet eruit vallen, als je erom vraagt.

“Kijk, hier in het programma werk je met kleurensensors. De stroopwafel is rood, de hamburger groen en de cola blauw. Via de iPad kwamen er ook geluidjes uit, als je het ene of het andere bestelde”, zegt Levi. Vanuit het computerprogramma hebben de jongens zorgvuldig gekeken, hoever en hoe lang de schuifjes open moesten. Jesse: “Dus je programmeert met graden en met tijd: het klepje moet ver genoeg open om de cola of de hamburger te laten vallen. En lang genoeg openstaan, maar niet te lang.”

'Dus je programmeert met graden en met tijd: het klepje moet ver genoeg open om de cola of de hamburger te laten vallen. En lang genoeg openstaan, maar niet te lang' (Jesse, leerjaar 7)
 

Dat was een aardige puzzel. Vooral met de stroopwafel. Die leek het makkelijkst, maar tegen de tijd dat ze het gedeelte van de machine voor de stroopwafels bouwden, waren er al veel legoblokjes verwerkt. En bij het colablikje was het priegelen om de tijdinstelling goed te krijgen: “Het blikje had eerst niet genoeg tijd om te vallen.” Toen dat eenmaal liep, breidden ze hun uitdaging uit: nu moest alles twee keer besteld kunnen worden zonder dat de machine bijgevuld hoefde te worden. Het bijvulvak moest daarvoor groter gemaakt worden, maar ook ontdekten ze dat er tussen twee hamburgers een rubberen stootblokje moest komen, zodat de eerste burger kon vallen, maar de machine op tijd dicht was voor de volgende er ook doorheen schoof.

Twee trotse bouwers. Eigenlijk weten ze niet zo goed waarom juist zij mochten meedoen met De Evenaar. Nou ja, ze zien wel dat er andere kinderen zijn die je beter uit werkboeken kunt laten leren en die niet zoveel hebben met bouwen en techniek. Maar verder? “Misschien jouw dyslexie, Levi”, suggereert Jesse. Een reden voor hemzelf kan hij niet goed bedenken: “Wij zijn heel goede vrienden. Misschien daarom. En ja, gewoon geluk, denk ik.”

Het project heeft hen ook al bij Lego World gebracht, waar ze gekeken hebben naar een geprogrammeerde knikkerbaan. En natuurlijk terug in de klas, waar Jesse vorige week een les programmeren heeft gegeven bij een nieuw project over verkeer. “We doen ook opdrachten in de klas, bijvoorbeeld met een groepje van drie of vier kinderen je eigen klaslokaal op schaal bouwen.” Hun kennis en kunde helpt dan, net zoals hun vriendschap, “maar in zo’n groep moet ook iederéén wat doen, anders red je het niet. Dus dan moet je ook veel meer communiceren en samenwerken.”

Meer weten? Klik hier voor meer informatie en contact met De Zonnewereld

2 reacties

  • Mooi artikel. Gaaf zoals deze school bezig is aan te sluiten bij behoeftes van het kind. Het mooiste vind ik dat kinderen en in een evenaar maar ook in een horizonthema zouden kunnen werken. Afhankelijk van het onderwerp. Je bent nl nooit alleen praktisch of alleen theoretisch ingesteld. Iemand die een hotelschakelaar plaatst in een woonhuis werkt praktisch maar moet goed weten waaraan de zwarte, blauwe en gele draad vastgemaakt moeten worden.????
  • Ik ben blij dat je er dat uitlicht, Peter. Nu was het zo in dit eerste jaar van De Evenaar, zoekend naar voor hoeveel kinderen dit aanbod gerealiseerd kon worden, dat de kinderen die al in Horizon zaten niet ook nog een plek in Evenaar kon worden geboden. Maar inderdaad: de Zonnewereld laat hier mooi zien, met de basisprincipes in de hand, dat het indelen van mensen in 'doeners' en 'denkers' niet klopt.

    In mijn allereerste openingswoordje voor Mensenkinderen (nr.150) haalde ik Rob Bekker aan, een bevriend docent Nederlands die dat onderscheid opblies en er de overkoepelende term 'maker' voor koos: "We zijn geen denkers of doeners, we zijn makers." Een stukje uit dat voorwoord:

    ‘Ik ben een maker’, zei mijn vierjarige dochter pas met trotse stelligheid. Het verjaardagsfeest van haar grote broer was bijna voorbij en voor de laatste gasten maak­te ze van klei groene slangetjes en slakjes. Daar zaten we – met een drankje in onze ene hand en een verza­meling kleifiguurtjes in de andere.

    Het deed me denken aan een gesprek een aantal maan­den geleden. Een leraar Nederlands op de Utrechtse Internationale Schakelklassen zei me precies hetzelfde: ‘Geert, ik weet nu: ik ben een maker.’ Hij had Richard Sennetts 'De Ambachtsman' gelezen waarin werd aangetoond dat het praten in ‘doeners’ en ‘denkers’ een vals onderscheid schept dat ons de wereld doet opdelen op een manier die geen recht doet aan de rijkheid van ieder individu. Onze woordkeus stuurt onze beleving en kan ons daarmee tekort doen.

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl