Vertrouwen is makkelijk, tot het moeilijk wordt

Ellen Emonds’ uitzwaaispeech voor Rien van den Heuvel, juli 2019

“Mwah, ik heb er wel vertrouwen in” – je neemt het makkelijk in de mond. Vertrouwen kabbelt zo alledaags mee in je handelen en overwegingen. Totdat het op de proef gesteld wordt. Je kind dat opeens zelfstandig je blikveld uit fietst. Een klas die jij je vertrouwen hebt gegeven, maar die danig over de schreef gaat. In haar toespraak bij de officiële pensionering van Rien van den Heuvel in juli 2019, onderzocht Ellen Emonds het fenomeen: “Hoe doe je dat, liefdevol: in verbinding staan én de ander het zelf laten doen op cruciale momenten? Beschikbaar zijn, maar het niet overnemen? Dát is de kunst van de pedagogiek.”
Door Geert Bors

AFSCHEID VAN RIEN VAN DEN HEUVEL (2). 23 januari 2026: ook op afstand, vanachter de livestream, viel de afscheidsdienst van Rien van den Heuvel zwaar. Rien zou het team van de Meester Baarsschool zomaar hebben kunnen opdragen om met een roze pruik op te komen, werd er verteld, maar als iemand je zoveel gegeven heeft dat het gemis simpelweg te groot is, is diepe rouw de enige manier om samen te vieren. En dat met toespraken en verhalen die toch vol zaten met sprankeling en lichte toetsen. Met als openingslied Three Little Birds (je weet wel: die drie vogeltjes op Bob Marley’s drempel, die hem in het ochtendlicht toezingen: ‘Don’t worry ‘bout a thing / Every little thing’s gonna be all right’). En ook met een rode draad door alle toespraken van een schoolleider die handelde vanuit een optimistisch mensbeeld en vanuit een groot vertrouwen in zijn team, in de kinderen, in de mens. Ruim zes jaar eerder, bij zijn officiële afscheid  van de Dr. Schaepmanschool in juli 2019, gaf Rien het podium ruimhartig aan anderen. Bijvoorbeeld aan Ellen Emonds, die hij eerder eens zo mooi had horen spreken over zijn grote Leitmotiv: vertrouwen. We laten je Ellens verhaal graag nog eens teruglezen. (GB)

“Ik probeer al een aantal jaren het begrip vertrouwen te pakken te krijgen. We nemen het zo gemakkelijk in de mond: ‘Ik heb er wel vertrouwen in’, zeggen mensen. Of: ‘Vertrouw er maar op.’ Maar hoe gaat dat dan als je met jonge mensen werkt? Hoe gaat het met vertrouwen voelen en volhouden op momenten dat het heel ingewikkeld begint te worden? Dat er druk gezet wordt?”

De pedagoog Ellen Emonds spreekt de zaal toe bij het afscheid van Rien van den Heuvel. De anekdotes uit haar klas en haar gezin zijn uit het leven gegrepen en tegelijkertijd algemeen herkenbare pedagogische vignetten. Haar grappendichtheid is zo hoog, haar toonzetting zo lichtvoetig, dat de serieuze statements waar ze telkens naartoe werkt vaak onverhoeds doel treffen bij de toehoorder.

Vertrouwen – een begrip dat diep verankerd ligt in de pedagogiek van de Dr. Schaepmanschool – is iets dat dagelijks meekabbelt in je overwegingen en je handelen, laat Ellen zien. Neem het feit dat ze vanochtend tot halverwege Barendrecht gereden is, met het idee dat ze daarmee ruim op tijd zou zijn. “De spits begint hier héél vroeg”, legt ze haar late binnenkomst uit, “In elk geval veel vroeger dan bij ons.” Op haar digitale presentatie kan ze ook nog even niet terugvallen: de techniek hapert. “Het eerste stukje van mijn verhaal moet dat geen probleem zijn, dus ik hoop dat als ik de techniek straks hard nodig heb, alles bij elkaar komt. Vertrouw er maar op.”

Grafiekjes over haargroei

Emonds’ verhaal begint bij haar middelste, dochter Kee – een meisje dat anders dan de oudste heel weinig haar had in haar eerste levensjaar. “Goh, wel wat weinig haar voor een baby van zeven maanden”, liet haar nieuwe buurvrouw voorzichtig vallen bij de eerste kennismaking. Stiekem, onder de luchtigheid door, was het iets dat Ellen al een poos bezighield. Haar gespeeld-verraste antwoord: “Ja, nou je het zegt”, meteen gevolgd door: “We geven haar al een tijdje Pokon, maar het slaat nog niet echt aan”, getuigden van Ellens ongemak. Thuisgekomen zocht ze op internet of er ook grafiekjes over haargroei bij baby’s bestonden. “Nou, die zijn er niet. Er zijn er heel veel wel, maar deze gelukkig niet. Dus ik kon gewoon weer terugzakken in wat ik altijd doe: ik vertrouwde erop dat het haar van Kee ook ging groeien. En zo niet, dan waren er ook wel kansen op een gelukkig leven.”

"We voelen vertrouwen in al onze kinderen, tot de grafiekjes erbij komen. Hoe kan dat?" - Ellen Emonds
 

Haar eigen drukmakerij intrigeerde Ellen: “Hoe zit het nou dat we zoveel vertrouwen voelen in al onze kinderen, tot het moment dat we het kunnen gaan meten? Want als die lijntjes erbij komen, dan beginnen er hier en daar al wat vragen te ontstaan, als jouw kind daar niet precies tussen past. En als je érgens veel lijntjes vindt, is dat in het onderwijs.”

Hechtingstheorie

Vertrouwen is makkelijk… tot het moeilijk wordt”, concludeert Ellen. Een eerste oplossingsrichting die ze exploreert: laten we in de toch wat artificiële setting die een klaslokaal is, eens kijken of we aanpassingen kunnen doen aan de context in plaats van aan het kind: “Er zijn kinderen die op school gedrag laten zien dat in een bos of op een voetbalveld of in een discotheek helemaal niet gek is. Maar sommige kinderen ontmoeten we alleen maar tussen vier muren en een plafond. Ben jij dan, als opvoeder, als pedagoog – in staat om te kijken naar de context? Of sleutel je alleen aan de kinderen? Hoe vaak zijn we niet bezig om kinderen te veranderen, zodat ze beter gedijen binnen de context die we hebben neergezet, in plaats van dat we het aandurven om de context te veranderen?”

Blijf je het stilzitten oefenen? Of zet je een statafel neer voor wiebelige kinderen? Of durf je zelfs een schommel op te hangen in je lokaal? “Ook de context kan meebewegen, zodat die kinderen met glans zichzelf kunnen zijn. Zodat daar vertrouwen kan groeien, in de eerste plaats bij de volwassene die met dat kind aan het werk is. Want daar begint het: als jij geloof en vertrouwen hebt in de groeikracht van elk kind, kan ook het zelfvertrouwen van dat kind groeien. Het vertrouwen van een ander maakt dat jij zelfvertrouwen kunt ontwikkelen. Dat zit aan elkaar vast. Dat is de hechtingstheorie.”

Rondjes op het parkeerterrein

Ellen begint een anekdote over de motorrijlessen die ze nam en die zouden leiden tot een indringende ervaring over wat het betekent voor een leermeester om zijn leerling vertrouwen te schenken. Ze spaart zichzelf niet bij ieder kluchtig moment op weg naar het felbegeerde papiertje: “Ik was dertig jaar. Ik dacht: het is tijd voor iets anders, ik had mijn vriend de deur uitgezet. Ik dacht: dan is het misschien leuk dat ik zelf ook in ontwikkeling ga, en misschien leuk dan om mijn motorrijbewijs te halen.”

Haar rijinstructeur Ruud – een man met dezelfde kalmte over zich heen als haar vader – wekte meteen vertrouwen: “Het is nu mei. In augustus rijd jij over de dijken.” Dat hij haar na de eerste les rondjes rijden op een parkeerplaats apart nam van de andere aspirant motorrijders, was een kleine deuk in dat vertrouwen: “‘Ellen, de volgende keer doen wij even met z’n tweeën’, zei Ruud. Dat kon van alles betekenen: dat ik met kóp en schouders boven de rest uitstak. Of dat ik nu al in de verlengde instructie zat. Het bleek het laatste. Maar maakt niet uit, want Ruud zei: ‘Ieder heeft zijn eigen tempo’. Ik dacht: dat herken ik. Dat zeg ik ook altijd in de klas.”

Na maanden rondjes rijden op een parkeerterrein, wordt het eindelijk tijd voor de openbare weg. Ruud blijft een vertrouwenwekkende leraar, schuin achter haar rijdend, z’n aanwijzingen kalm en vriendelijk via microfoon en oortje uitsprekend: “Mooie bocht, goed aangesneden. Beetje gas bij. Let op: daar komt een doodlopende straat.” In december is Ellen klaar voor het examen. De setting voldoet echter geenszins aan haar verwachtingen: Ruud blijkt vandaag niet schuin achter haar te rijden, maar in de auto van de examinator te zitten. Wel met microfoontje, “maar hij klónk niet als Ruud. Hij zei heel andere dingen, zoals ‘Toe maar, Ellen, rijd maar richting Den Bosch’. En ik dacht: ‘Richting Den Bosch?’ Ik heb al die lessen nog nooit op een bord gekeken, want ik luisterde gewoon naar de instructies en die gingen nooit verder dan 200 meter.”

Pedagogische paradoxen

Een examen vol verkeersblunders verder: geen idee van de maximumsnelheid, een auto afsnijdend, rechts geen voorrang verlenend, een doodlopende straat inrijdend (en met de motor aan de hand teruglopend), is Ellen gezakt. Haar examinator dreigt ook nog haar autorijexamen opnieuw af te laten nemen, als ze in haar auto ook zó rijdt. “Het was genoeg om mij huilend naar huis te sturen, naar mijn vriend die inmiddels weer bij me ingetrokken was. En ik dus vertelde over Ruud, die heel anders deed dan anders. Hij zei: “Jij met je Ruud. Was je dan van plan om de rest van je leven met hem in de zijspan te gaan rijden? Je moet heel snel terug en zeggen dat hij je een ding is vergeten te leren: namelijk hoe jij het zélf kunt.”

Met nog twee weken les van Ruud, slaagt Ellen met vlag en wimpel, bij dezelfde examinator. Maar meer nog dan een rijbewijs, houdt ze er een levensles aan over: “Want ik was de leerkracht van groep 8. En ik was een leraar die goed was in vertrouwen. Een goede relatie met al mijn leerlingen vond ik het allerbelangrijkste. Maar ik was ook de leraar, waar kinderen na een zomervakantie niet van los kwamen. Ik had altijd bezoek van kinderen die mij misten in het voortgezet onderwijs: ‘Het is zo anders daar, Ellen’. En ik besefte: ik zit er bij sommige kinderen óók schuin achter. Sterker nog, ik heb er een paar, daar zit ik bij achterop. Die houd ik de hele dag bemoedigend vast en daar zeg ik allemaal aardige dingen tegen. Ik ben aan het werken aan een goede relatie, aan verbondenheid, maar níet aan zelfvertrouwen. Terwijl ik mijn opdracht als pedagoog opvatte om mijn kinderen vrij te maken, om ze te leren vertrouwen op zichzelf.”

"Ik besefte: ik werk met mijn klas aan een goede relatie, maar níet aan zelfvertrouwen" - Ellen Emonds
 

Het is een pedagogische opdracht vol van paradoxen: er zijn, beschikbaar zijn, aanwezig zijn maar afstand kunnen nemen. “Hoe doe je dat, liefdevol: in verbinding staan én de ander het zelf laten doen op cruciale momenten? In de buurt zijn, maar het toestaan dat iemand zijn eigen antwoord vindt? Beschikbaar zijn, maar het niet overnemen? Dát is de kunst van de pedagogiek, volgens mij.”

Ruud had het – net als zij voor haar groep 8’ers – goed bedoeld, stelt Ellen, “Maar het was precies níet het goede. En het maakt nogal verschil, als je een kind in vertrouwen, in verbinding, het zélf laat proberen: als je je zelfvertrouwen kunt ontwikkelen, dan gaat je zelfbeeld ook ontwikkelen. Dan ga je jezelf anders waarnemen en dan zie je in een keer bij jezelf wat je nog meer in huis hebt. En als jij jezelf anders gewaar wordt, dan gaan anderen jou ook anders waarnemen.”

Life-changing: iemand die jou vertrouwt

Een documentaire van de New Yorkse Greyston Bakery toont dat mooi aan: in één van de slechtste buurten van New York onderzocht een inwoner – zenboeddhist Bernie Glassman – waar de kern van alle problematiek rond armoede, criminaliteit, prostitutie, geweld gelegen was. Ellen legt uit: “Hij kwam erbij uit dat heel veel mensen wel willen werken, maar niet aan werk kunnen komen. Omdat ze gehinderd worden door een strafblad, door een gebrek aan kennis of taal. Omdat ze kinderen hebben waarvoor ze geen opvang hebben. Dus dacht Glassman: wat zou er gebeuren als we alle drempels naar werk weghalen en mensen de gelegenheid geven om aan het werk te raken, zodat ze weer op een plek komen waar ze ergens bij horen, waar ze gezien worden en zich competent kunnen voelen?”

Dat leidde tot de oprichting van een inmiddels succesvolle koekjesfabriek, die hofleverancier is voor ijsfabrikant Ben & Jerry’s. Ellen laat een interviewfragment met Dion zien, een zwarte man die op jonge leeftijd de gevangenis al vaak van binnen gezien had, voor serieuze misdrijven, en dit keer echt zijn leven op de rit wil krijgen. Hij schrijft zich in voor een baan bij Greyston Bakery, komt op de lijst en wordt op een dag gebeld. “It was a cleansing moment. Finally no judgement. There is no application, no background check – it is just about showing up and having someone have faith in you. That was a life-changing experience”, zegt Dion met een diepe vertelstem. Hij nam die tweede kans met beide handen aan en is inmiddels opgeklommen tot supervisor in de fabriek.

“Als je zelfvertrouwen groeit, ga je jezelf anders waarnemen. Je ontstijgt jezelf.” - Ellen Emonds
 

“Als je zelfvertrouwen groeit, ga je jezelf anders waarnemen. Je ontstijgt jezelf”, zegt Ellen bij het stilzetten van de video. “En als je jezelf ontstijgt, dan ontstijg je ook de beelden van een ander. En dat is precies het proces van emancipatie: daar waar het beeld van een ander over jou verandert. Waar je groter wordt, waar je mag verschijnen, waar je potentieel gezien wordt.”

Het vraagt om een growth mindset van jezelf en de mensen om je heen die je steunen: houd je een crimineel op de straat tussen zijn foute vrienden, of durf je het aan om van context te switchen en te kijken wat er dan tot wasdom kan komen? En ook: hoe houd je vertrouwen vast, want ook in de Greyston Bakery gaat het heus wel eens mis. Ellen: “Als je diepste waarde vertrouwen is, weet je wat je moet doen. Maar als je daar begint te twijfelen, krijg je behoefte aan houvast en veel mensen zoeken die houvast in protocollen, regels, grenzen.”

Korczaks kinderrechten

Ellen vertelt hoe haar oudste dochter op haar vierde een fiets kreeg en er meteen mee wegreed. “Heb jij stiekem met haar geoefend”, vroeg Ellen aan haar vriend, op het autoluwe hofje waar ze van plan waren stevig te gaan oefenen en waar dochterlief al in de verte verdween. Trots welde op. Maar ook een gevoel van het grote loslaten, dat nu toch echt begonnen was. En: een buikgevoel van spanning, van zorg, van willen controleren. “Ik had kleine zorgen – dat ze haar knie kapot zou vallen. Maar meteen ook grote: mijn kind zou straks het verkeer ingaan en daar kan het heel spannend worden.”

Weer die vraag naar blijven vertrouwen als het moeilijk wordt: loslaten, terwijl een deel van je het liefst je kind levenslang op de fiets blijft wegbrengen. Daarmee komt Emonds uit bij de Poolse kinderarts en weeshuisdirecteur Janusz Korczak (1878-1942), een pedagoog die pal stond voor de levenssfeer van het kind en de ‘rechten van het kind’ formuleerde. Met name bij “het recht van ieder kind op eigen risico”, zoals ze het omschrijft, blijft Ellen langer stilstaan.

Bij de Korczak Stichting wordt datzelfde recht nog scherper omschreven als ‘Het kind heeft het recht om (vroegtijdig) te sterven’, met daarbij de indringende uitspraak van de Poolse pedagoog: “Uit angst voor de dood van het kind, ontnemen we hem vaak het leven”. Ellen Emonds brengt het aards en persoonlijk: “Korczak zegt: ‘Laten we kinderen de ruimte geven om hun eigen leven te leren kennen; om ze te laten vallen en opstaan. Omdat we allemaal weten dat je daar iets van opsteekt, dat het nodig is om grip te krijgen op de wereld.’ Ik vind dit precies het allerlastigste, als ik naar mijn kinderen kijk.”

Kinderen wikkelen in wol

Een illustratief fragment volgt, uit een documentaire over een Deens kinderdagverblijf, waarbij een kind hoog in een waaiende boomkruin zit, terwijl de begeleider beneden aan de cameraploeg uitlegt dat: “Many cultures like to wrap children up in cotton wool. Our approach to safety: use your brain and trust your kids. They will then learn to be careful.” Ellen: “Die pedagoog hier heeft een diep vertrouwen in het vermogen van de kinderen. Hij is niet naïef, weet goed wat hij aan het doen is. Heeft nagedacht en heeft de kinderen leren kennen. Maar vertrekt wel vanuit het basisbeginsel, namelijk dat het kind recht heeft op de dag van vandaag. Het recht om zichzelf te zijn en het recht op risico.”

“We zouden eens kunnen kijken waarom we kinderen überhaupt meer risico moeten bieden: zodat ze hun probleemoplossend vermogen kunnen ontwikkelen. Zodat ze zelfvertrouwen opdoen. Zodat ze leren omgaan met onverwachte gebeurtenissen. Zodat ze een beetje flexibel zijn, in plaats eigenlijk alleen maar goed gedijen bij een grote mate van voorspelbaarheid. We willen juist dat die kinderen zichzelf goed leren kennen. Dat ze uitdagingen overwinnen en daar zelf van groeien.”

Een zorgvuldige uiteenzetting volgt over de manier waarop je risico’s reëel en nuchter kunt afwegen – een activiteit die we node missen, want: “Als wij een risicomijdende samenleving ontwikkelen, krijgen we steeds meer afhankelijkheid, meer controledrang, faalangst, wantrouwen. Kinderen kunnen minder kind zijn. Dus laten we inzetten op een omgeving waar je een risico mag nemen, omdat er volwassenen om je heen staan die vertrouwen hebben in jou. Wat we nodig hebben is een onderscheid tussen een acceptabel en een onacceptabel risico: je leert je kind niet fietsen langs een drukke traverse. Dat doe je in een autoluw hofje. Je laat kinderen niet zomaar ergens inklimmen als je geen idee hebt wie dat kind is.”

Beschikbaarheidsmodel

“Zodra je kinderen de ruimte kunt gaan gunnen om te oefenen en dat vraagt van ons dat we het vol gaan houden – dat vertrouwen. Dus ook als het tegenzit en ze vallen wel uit de boom. Of de resultaten vallen terug, omdat je net in een andere lesmethodiek bent gestapt, of als er meer rumoer in je groep is omdat je aan het proberen bent de regeldruk los te laten. Kun je dan vertrouwen houden, dan komt het goed, op den duur. Volhouden in vertrouwen. En dat kan niet alleen: opvoeden van kinderen vraagt echt samen zijn, verbondenheid. Het vraagt om een plek in de luwte om af en toe je twijfels te mogen delen. Niet alleen de toffe verhalen in de koffiekamer, maar ook je twijfels en je angst.”

Het brengt Ellen tot slot bij wat ze ‘het beschikbaarheidsmodel’ noemt: “Je weet in het vliegtuig, als de luchtdruk wegvalt: eerst bij jezelf een kapje op, dan bij je kind. Als in een schoolteam de luchtdruk wegvalt, zullen we dan kijken wie er dan nog goed in zijn lucht zit? Zodat die de ander kan ondersteunen en bij kan staan. Zodat die ook weer goed in zijn lucht komt en je samen aan je pedagogische opdracht kunt beginnen. Werken met jonge mensen vraagt een scala aan competenties, aan disciplines, aan getuigschriften en diploma’s. Maar het begint en eindigt met vertrouwen.”

Ellen Emonds werd, als juf van groep 8 op EGO-school De Bonckert in Boxmeer, Leraar van het Jaar in 2012. Ook werkte ze als docent pedagogische tact bij het NIVOZ. Inmiddels geeft Ellen met haar zus Suze leiding aan Tweemonds, centrum voor welbevinden en betrokkenheid, dat gelieerd is aan het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs van de KU Leuven.

0 reacties

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl