Over gedreven pioniers, wijze uilen en jonge honden

Drie generaties Jenaplan in gesprek

Deze week start de Boekenweek met als thema ‘Mijn generatie’. Negen jaar geleden, op 14 maart 2017, nodigde de NJPV-Opleidersgroep drie prominente jenaplanners uit voor een ‘generatiegesprek’: Kees Both, Freek Velthausz en Nanouk Teensma. Drie jenaplanners met een eigen visie op Jenaplan. Alle drie vertegenwoordigers van een eigen generatie ook: van pionier Kees tot NJPV Jong-lid Nanouk. Wat volgde was een gesprek over leren van wat was, zin hebben in wat komen gaat en begrijpen dat ons heden in een dusdanige turbulente versnelling is geraakt dat het de menselijke maat voorbij dreigt te gaan. Hoe leer je dan, van en met elkaar? Hoe positioneer je Jenaplan dan in de wereld? We laten je het gesprek graag nog eens teruglezen.
Door Geert Bors

Drie rode zetels. Daarop hebben Freek Velthausz, Nanouk Teensma en Kees Both zich genesteld. Drie generaties Jenaplan. Om hen heen, de kring sluitend, de jenaplanopleiders. Het bruist, het beweegt. Met een verse koffie in de hand wordt er bijgepraat. Nog een halve zin, straks verder, we gaan beginnen. Van buiten de souterrainzaal van het bekende congrescentrum in Nunspeet aanschouwt een bronzen uil het gebeuren. Wat zal volgen is een gesprek over stilstaan, over leren van wat was, zin hebben in wat komen gaat en begrijpen dat ons heden in een dusdanige turbulente versnelling is geraakt dat het de menselijke maat voorbij dreigt te gaan. Hoe leer je dan, van en met elkaar? Hoe positioneer je Jenaplan dan in de wereld?

Jonge honden en vastgeroeste ritmes

“Mensen zijn uiteraard uniek”, begint gespreksleider Peter te Riele, “Maar als jij je generatie zou moeten typeren, wat is daar dan kenmerkend voor? Hoe heeft jouw generatie bijgedragen en draagt zij bij aan de ontwikkeling van het Jenaplan-concept?”

Nanouk Teensma, als representant van de jongste generatie, neemt het woord: “Mijn generatie is heel enthousiast en gedreven. Dat merk ik ook aan de leden van NJPV Jong, dat door Jaap Meijer is opgericht om de stem van de nieuwere lichting Jenaplanners meer te laten klinken. Wat ik denk dat mijn generatie doet is om al te vastgeroeste ritmes eruit te bonjouren. Je moet eerst iets weghalen om ruimte te maken voor het nieuwe. Neem bijvoorbeeld het gebruik van sociale media in de stamgroep of in het team. Het is niet zo dat wij twijfelen aan de wortels van het concept – het concept is er. Dat staat. Maar dan vragen wij ons af: wat past daar bij om het nog sterker te maken?”

Nanouk Teensma is geboren en getogen in een Jenaplannest en raakte op een positieve manier besmet. Vader Jan Teensma werkte in 2017 nog altijd op een jenaplanschool; moeder niet meer. Nanouk koos KPZ in Zwolle als haar pabo, ook vanwege de nadruk op Jenaplan. Toen ze in haar eerste jaar in een traditionele kleuterklas geplaatst werd – een onderwijsvorm die ze niet kende – wist ze meteen: “Dát ga ik dus niet doen.” Als lio kwam en bleef ze op de destijds net startende Lispeltuut in Lelystad. Daar werd ze de jenaplanjuf die ze ten tijde van dit gesprek nog altijd was bij Antonius Abt in Engelen. Inmiddels is Nanouk schoolleider van jenaplanschool Het Mooiste Blauw in Nuenen.

Dat gedrevene herkent Kees Both zeker uit zijn jaren als jonge hond in Jenaplanland: “Mijn generatie kenmerkt zich als een pioniersgeneratie. We waren Jenaplan soms van avond tot avond aan het uitvinden, niet wetend waar we de volgende keer weer zouden staan. Dat maakte het heel spannend. Ik behoor tot de generatie, die in de jaren zestig en zeventig het voortouw nam in het kritisch denken over allerlei maatschappelijke thema’s, ook over het onderwijs. Niet de dingen zomaar nemen zoals ze zijn. Als ik naar de Tweede Kamerverkiezingen kijk, denk ik: verdorie, het kritisch denken ontbreekt. Jenaplanscholen kúnnen goede antwoorden hebben op de uitdagingen van deze tijd – alleen al door de laatste twee kwaliteitscriteria goed uit te werken: het kritisch leren denken en het zinzoekende. De vraag is of scholen die antwoorden inderdaad formuleren.”

Respect voor de pioniersgeneratie

“En welke rol speelt jouw generatie nu nog?”, vraagt gespreksleider Peter. “Als ik vanuit mezelf kijk”, antwoordt Kees met een halve tel bedenktijd, “dan ben ik schrijver. Ik heb veel geschreven en nog nooit zo veel als in de laatste paar jaar. Ik denk dat het een kenmerk is van mijn generatie. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Ad Boes. We hebben veel ontwikkeld en dat deden we denkend, handelend, schrijvend. Daardoor zijn er veel documenten nagelaten.”

Kees Both was schoolmeester op een traditionele school en ging daarnaast pedagogiek studeren. Voor zijn scriptie voor science- en natuuronderwijs zocht hij contact met een zekere mevrouw Suus Freudenthal. Via haar kwam hij terecht in een heel andere wereld, hoewel hij bleef werken op zijn school. Na negen jaar leerplanontwikkeling bij de SLO, was Kees 24 jaar landelijk medewerker van de Jenaplanvereniging, maakte hij Mensenkinderen en verzorgde hij scholing voor scholen en op het Seminarie voor Jenaplanpedagogiek. Energieke jaren van hoog reiken, samen met die eerste generatie jenaplanners. Na zijn jenaplanjaren keerde Kees in 2007 terug naar zijn oude liefde: groene pedagogiek. Kees overleed op 8 september 2021.

“Dat laatste klopt zeker”, grijnst Freek Velthausz. “Toen ik het van jou overnam als landelijk medewerker, zei jij: ‘Veel succes. Ik zie je eerste artikel in Mensenkinderen wel tegemoet’. Nou, laat ik zeggen dat mijn generatie minder van het schrijven is.” Maar die sfeer van revolutie uit de jaren zestig en zeventig, herkent hij. De wereld moest anders, er moest wat veranderen. “Zo ben ik groot geworden. Ik heb laatst de brieven teruggelezen die wij als leerlingen in het voortgezet onderwijs naar de directie stuurden: stevige betogen over waarom docenten een aparte lunchkamer hadden. Over dat wij ook wilden mogen roken in de klas, zoals onze docenten dat ook mochten. Brieven waarin konsept met een ‘k’ en een ‘s’ gespeld werd. Op de pabo ging dat door.”

“Maar: er was ontzag voor het pionierswerk van de generatie vóór ons”, zegt Freek in dezelfde ademteug. “Je keek tegen ze op, tegen mensen als Kees Both, Kees Vreugdenhil en Ad Boes. Ik was heel trots toen ik voor mijn jenaplandiplomering voor het eerst les kreeg van Kees Both. We hadden de drive het beter te doen, maar met respect voor wat er voor ons gebeurd was.”

Een snelle tweet of aandachtig rapporteren

En dan was er de intrede van de computer, stelt Freek. “In 1985 schreef ik mijn scriptie op de eerste pc in Groningen. Met van die grote pannekoekfloppen.” En hoewel je in het begin met behulp van een typemachine efficiënter kon handelen en besluiten kon nemen dan te wachten op zo’n matrixprinter, heeft de digitale ontwikkeling het onderwijs onherroepelijk veranderd: alles werd sneller.”

Freek Velthausz hoorde voor het eerst over Jenaplan door zijn buurmeisje dat naar de “hyjenaplanschool” ging. Verder ging iedereen gewoon naar de Achterhoekse dorpsschool. In 1980, toen hij de pabo afsloot en er geen werk was, besloot Freek verder te gaan studeren in Groningen. Op de pabo was hij opnieuw in aanraking gekomen met Jenaplan, waar zijn favoriete pedagoog een freinetwerker was. Om zijn eigen niche te creëren, koos Freek daarom voor Jenaplan en werd stamgroepleider, schoolleider, opleider op de Eekhorst en begon het JAS. Ten tijde van dit gesprek combineerde hij zijn liefde voor Petersen én Freinet in het initiatief MJPS. Vandaag is Freek onder andere inhoudelijk medewerker van de NJPV.

Daar heeft Kees ook wel een punt van zorg, als het gaat om de invloed van digitale middelen op de vorm en inhoud van het onderwijs: “Mijn generatie was enorm bezig met dingen zelf maken. Het was een manier om je curriculum te bouwen, om je bewust te zijn van wat er overgebracht moest worden en hoe je dat kon doen op een manier die aansloot bij de kinderen. Ik vraag me af of dat zelf maken voldoende gebeurt in scholen. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen het in groepjes bestuderen van foto’s en het klassikaal bekijken en bespreken daarvan en het klassikaal bespreken daarvan met het digibord. Ik vraag me weleens af of dat laatste klassikaal onderwijs bevordert.”

Nanouk herkent die zorg. Door het digibord loop je inderdaad het risico dat veel meer klassikaal wordt, maar daar kun je voor waken: “Bij mij gebeurt dat niet.” Freek vindt het ook een goed punt. Hij mijmert: “Als ik terugkijk, zie ik inderdaad zorgvuldige aandacht voor een eindproduct bij de oudere generatie. Ik heb pas weer veel verslagen van conferenties door mijn handen laten gaan. Allemaal mooi uitgetypt en prachtig vormgegeven. Die aandacht voor een eindproduct is er niet meer. Je enthousiasme voor een mooie bijeenkomst geef je nu weer in een tweet van een paar woorden. Dat is niet per se verkeerd – het is er dynamischer op geworden – maar toch.”

Aanklungelen in een accelererende wereld

In het publiek roert Janny Bolink, schoolleider op ’t Hoge Land in Epe, zich: “Het stencilen van weleer kostte tijd. Hoeveel sneller is het onderwijs niet geworden: met een snelle print, je vergaderstukken lezen vanaf je iPad, een vluchtige mail. Dat is prachtig, maar om goed onderwijs te maken, is het ook nodig dat je kunt stilstaan. Als Jenaplan hebben we dat ook te bewaken. Niet alleen maar doorjagen omdat het makkelijk binnenkomt en verstuurd wordt.” Toch wil Erik, jenaplanvertegenwoordiger op Saxion Hogeschool, dat ook nuanceren: “Je moet kinderen opvoeden met nieuwe media – niet door er alleen maar naar te kijken als een bedreiging, maar ook door de positieve kanten, de kansen, te benadrukken.”

Iemand refereert aan Eddie Obeng, de Ghanees-Britse innovatiedenker, die bij de vorige Opleidersbijeenkomst centraal stond. Hij heeft een pleidooi waarin hij laat zien dat het tempo van innovatie zo snel geaccelereerd is in de laatste decennia, dat het de menselijke maat te boven gaat. Ergens in de tweede helft van de jaren ‘90 was er een moment waarop het lijkt of alle regels veranderd zijn, stelt Obeng: toen ging de exponentiële groei van communicatie, van de complexiteit van digitale verbondenheid, van beschikbaarheid van kennis voorbij aan de snelheid waarmee wij leren onze wereld te begrijpen:

“They switched all the rules round, so that the way to successfully run an organization or even a country has been deleted, flipped, and there’s a completely new set of rules in operation. My simple idea is that what's happened is that the real 21st century around us isn't so obvious to us, so instead we spend our time responding rationally to a world which we understand and recognize, but which no longer exists.”

Daarmee heeft proberen, experimenteren, fouten durven maken een nieuwe status gekregen in ons leren, stelt Obeng: ooit was een fout maken je niet zorgvuldig aan de procedure houden. Nu, op de tast in een onvatbare wereld, is fouten durven maken een manier om uit te zoeken wat zou kunnen werken. Smart failure, noemt Eddie Obeng dat. Dr. Schaepmanschoolvoorman Rien van den Heuvel had het daar al eerder over: hij heeft Obengs ‘creatieve aanklungelen’ onlangs in zijn eigen opleiding geïntroduceerd.

Drie generaties, drie boeken, drie ijkpunten

Tot in de puntjes heeft Peter te Riele het gesprek voorbereid. Want er liggen veel gespreksthema’s op tafel: van politiek en de aansluiting met het voortgezet onderwijs. Van ouders en de kracht van de groep tot inhoudelijke uitdaging en Jenaplan op de landelijke kaart. De groep beweegt zich tussen stilstand en versnelling, tussen de behoefte de volledige breedte aan onderwerpen te omarmen en de wens om te graven.

Halverwege het gesprek mag de hele groep komen staan om “kleur te bekennen”. Aan de hand van vijftien stellingen, te beantwoorden met “groen: doen”, “rood: stop, niet doen” of “geel: twijfel, neutraal” bewegen de opleiders zich door de ruimte. Op de grond liggen drie felgekleurde boeken om de posities rood, groen en geel te markeren. Misschien is dat nog wel het mooiste symbool van dit drie-generatie-gesprek, merkt Freek Velthausz op: terwijl de groep zich letterlijk met lijf en leden uitspreekt voor de toekomst van Jenaplan, zijn die drie gekleurde markeringen daar op de grond boekwerken die dertig jaar geleden geschreven werden. Toen om richting te geven en nu nog steeds als ijkpunt voor het gesprek.

Dit overzicht is de weergave van het stemgedrag van de opleiders in Nunspeet op 14 maart 2017. De korte stellingen – soms multi-interpretabel – werden nabesproken. Het langst over straffen en belonen, maar ook over portfolio’s als vorm om zowel proces als product vast te leggen in een al te vluchtige samenleving.

7 reacties

  • HOORN NH

    Ik had dit artikel niet meer op mijn netvlies. Fijn om nog eens terug te lezen. Ik was gespreksleider en ik was onder de indruk van de opbrengst van deze jenaplandialoog.
  • Met veel belangstelling heb ik dit voor mij onbekende artikel gelezen. Echt interessant en behoorlijk actueel met onderwerpen als digitalisering en de snelheid in onderwijs. Sta eens stil bij wat je doet en waar je naar toe wil. Mooie oproep! Ook dat zelf bouwen aan het curriculum , door veel zelf te maken, herken ik. Zou best wat meer mogen nu. Dank voor het herpubliceren.
  • Hoi Rikie, dank je. Ja, mooi om terug te lezen. De pedagogische betekenis van vertraging is je welbekend, als niet uit je eigen praktijk dan wel via het werk van Joop Berding of Gert Biesta. Binnenkort presenteert het Lectoraat Vernieuwend Onderwijs haar nieuwe Staat van het Vernieuwingsonderwijs, waarin "Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëncy" het thema is. Jenaplan doet ook weer mee. Op 13 april is de online lancering. Misschien nog een mooie uitbreiding van dit artikel en ons gesprekje hier: https://www.linkedin.com/posts/jenaplan-nederland-929107243_lancering-de-staat-van-het-vernieuwingsonderwijs-activity-7434592434782736384-KaKW/?originalSubdomain=nl
  • Wat ontzettend leuk om dit artikel weer eens terug te lezen. Alweer een tijdje geleden, maar ik kan mij dit jenaplandialoog ontzettend goed herinneren. Ik vond het heel waardevol. Samen zaten we op een zelfde lijn en toch neemt iedere generatie ook weer iets anders mee. Was echt een prachtig gesprek met twee mooie jenaplanmensen. Nog steeds dankbaar dat ik daar onderdeel van mocht zijn.
  • Wat een uitstekend idee en moment om Petersens gedachtegoed te blijven herinneren - door de generaties heen.

    Hopelijk blijven we - in feuilletonvorm - op de hoogte van 'ons Jenaplan' in de loop der tijden!

    Met veel dank en waardering,

    Dick Schermer
  • Mooi om het gesprek opnieuw te beleven.
    Nanouk, zijn wij inmiddels een generatie opgeschoven? Wellicht kunnen we dan een herhaling laten plaatsvinden. Op zoek naar de jonge generatie van frisse, jonge jenaplanners.
  • Ja Freek, wij zijn inmiddels weer een generatie opgeschoven. Ik vind het een kei goed idee om dit met frisse, jonge jenaplanners dunnetjes over te doen! ?

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl