Mogen kijken zonder vooropgesteld doel zorgt voor een andere beleving

Kees Groos over de waarde van vertragen, voor kind en volwassene

De laatste uren van het schoolkamp. Kees Groos trekt met drie stamgroepen het bos in. Nog één keer. Nu vooral om de kampouders de ruimte te geven het gebouw schoon te maken. Er zit dan ook geen spel, geen activiteit, geen doel verbonden aan deze boswandeling. En precies daardoor verandert het bos dat op eerdere dagen hindernisbaan, verstopplek en decor was voor levend stratego en het smokkelspel van karakter. Wat je allemaal wel niet gaat opvallen, als je zonder doel mag kijken!
Door Kees Groos

Dit verhaal vormt een opmaat naar het verschijnen van ‘De staat van het vernieuwingsonderwijs 2026’, met als thema ‘vertragen in tijden van efficiëntie en effectiviteit’. Dit nieuwe rapport van Saxion en de traditionele vernieuwers van montessori, dalton, freinet, vrijeschool en jenaplan verschijnt op maandag 13 april. Geef je op om bij de online lancering te zijn.

Op de laatste dag van het schoolkamp gaan we met de hele bende, bestaande uit drie bovenbouwgroepen, het bos in. Het is stiekem een activiteit met een nogal pragmatische oorsprong: terwijl wij met z’n allen op pad gaan, kunnen ondertussen de kampouders het gebouw weer klaarmaken voor ons vertrek. De kinderen zijn in de afgelopen dagen al een paar keer naar het bos geweest. Een prima plek voor een spannend spel natuurlijk. De bomen, de struiken, de omgevallen stammen, de sleuven en heuveltjes – ze vormden het decor voor levend stratego en, later, voor een smokkelspel. De energie in het bos was geladen. Diverse blauwe plekken en schrammen van bramen rijker, met collectief bezwete voorhoofden en rode wangen, kwamen we het bos weer uit. Met een antwoord op dat ene vooropgezette doel: welk team wint er dit jaar?

"Waar het bos eerst een arena was vol actie, met kinderen gespitst op verstopplekken, hinderlagen, nederlagen en triomfen is het nu een plek voor rust, observatie en bezinning."
 

Hoewel het bos dus al redelijk bekend is bij de kinderen, zijn de sfeer en de beleving op deze laatste dag totaal anders. Volledig zonder doel gaan we met zijn tachtigen het bos in. Stamgroepleiders en kinderen. Er ontstaan groepjes, kinderen kletsen met elkaar en met ons. Verhalen over het kamp en gesprekken over wat we tegenkomen. Afgekloven dennenappels, een kikker en soms laat zich in de hoogte tussen de kruinen een buizerd horen. Waar het bos eerst een arena was vol actie, met kinderen gespitst op verstopplekken, hinderlagen, nederlagen en triomfen is het nu een plek voor rust, observatie en bezinning. Een vertraging in de spanning van het schoolkamp. Geen enkel kind klaagt over de wandeling en iedereen haalt er voor zichzelf iets uit.

Keuzestress en de kringloopstrategie

Een paar maanden later. In de bieb lanterfanten kinderen van kast naar kast. Wat te kiezen? Keuzestress door het grote aantal boeken dat er staat. Ik ben zelf fan van mijn eigen ontwikkelde kringloopstrategie. In een kringloopwinkel weet je nooit wat je vindt, de keuze is meestal niet reuze, maar groot genoeg. Door zonder specifieke verwachting de kringloopwinkel in te kuieren, richting de boeken, zie je wel wat er op je pad komt. De verrassendste boeken zijn mijn huis in en, na het lezen, weer uit gegaan. Iets waar ik voor verjaardagen nooit om gevraagd zou hebben en waarvan ik misschien niet eens wist dat ik het leuk zou vinden of dat het überhaupt bestond.

De lanterfantende kinderen in de schoolbieb moeten een boek lezen. Want, tja, lezen is nu eenmaal belangrijk. Maar een boek dat je moet lezen is per definitie niet hetzelfde boek als een boek dat je wil lezen. Zelfs als het om hetzelfde boek zou gaan. De vrijwillige keuze, de keuze zonder vooropgesteld doel, zorgt per definitie voor een andere beleving.

Niet alleen maar aanrommelen, maar ook niet altijd efficiënt

Een opgelegd doel, of de wetenschap dat er een toets achteraf komt – het doet eigenlijk direct iets met de oorspronkelijkheid van de leerervaring. Ik pretendeer niet dat we altijd maar lekker wat moeten aanrommelen met zijn allen, maar als we alles volgens EDI-efficiëntie gaan aanpakken, zijn we de hele dag bezig kinderen het ene leerdoel na het andere aan het verstand te brengen. Met geactiveerde voorkennis, via CVB’tjes, vanuit de ik, naar de wij en door de jullie en de jij. Wanneer dat gelukt lijkt, moet het nog getoetst worden om te controleren of het nog wel zit. Dat controleren gebeurt al via de ‘controle van begrip’-momenten in je les. Wanneer kinderen daar laten zien dat het nog niet helemaal lukt, is er een grote kans op verlengde instructie, extra begeleide inoefening of andere interventies. Ook hebben we natuurlijk bloktoetsen of andere manieren om te controleren of ‘het’ wel zit.

En dan laat ik nog weg hoe de voortgang van elk kind zo vaak ten opzichte van gemiddeldes wordt gemonitord in grafiekjes en langs referentiekaders wordt gelegd. Lijntjes tonen de groei van het kind en als het niet groeit, dan laten we daar analyses op los om vervolgens weer door te EDI’en in de hoop dat dit kind alsnog groei laat zien. Liefst in het komende half jaar. Wanneer een kind stopt, stilstaat, even om zich heen kijkt op die weg naar boven, of misschien wel een ander weggetje inslaat, wordt alles uit de kast getrokken om hiaten op te lossen of om het kind weer op het juiste pad naar boven te krijgen.

Maar moet dat kind op dát moment op gang komen of kan er dan ook iets anders nodig zijn? Steeds meer merk ik dat de factor tijd een element is dat in de ontwikkeling van kinderen onvoldoende wordt meegenomen. De enige manier waarop het terugkomt is als een doordringend tikkende klok, een halfjaarlijkse stok achter de deur. Een stok die zorgt voor druk, druk op het kind en druk op de stamgroepleider.

Twee meiden en hun kopje bouillon

Op onze school mogen twee bovenbouwkinderen tussen de middag met een karretje de stamgroepleiders langs om te vragen of ze koffie, thee of bouillon willen. Als ze dat hebben gedaan mogen ze zelf ook thee of bouillon. Toen ik laatst langsliep, zaten twee meiden, in een gezellig hoekje van de school, nog lekker hun bouillon op te drinken. De les was inmiddels al begonnen, het zag er heerlijk uit.

"Hoe vaak krijgen we het voor elkaar dat kinderen de oorspronkelijkheid van een (onverwachte) beleving ervaren, zonder dat we daar allerlei doelen achter zetten? En hoe vaak doen volwassenen dat eigenlijk?"
 

Dat we instrumenten gebruiken om didactisch onderlegd een les te geven is vanzelfsprekend. Het is belangrijk dat kinderen hun gereedschapskist vullen met kennis en vaardigheden om de wereld die ze willen ontdekken ook te kúnnen ontdekken en zich er vervolgens toe te kunnen verhouden.  Maar het lijkt vaak wel of die wereldverkenningen – het kind dat zich leert verhouden tot zichzelf, de ander en het andere – op de achtergrond geraakt is. Het vullen van de gereedschapskist lijkt het hoogste doel, het hoofdbestanddeel van het leren, geworden.

De ruimte om te wandelen, te kijken en je te verhouden tot datgene wat er om je heen is, met de vaardigheden die je hebt geleerd, neemt daardoor af. Als school zijn we bij wet verplicht om kinderen breed te ontwikkelen, maar het wordt steeds enger. Er zijn gelukkig veel initiatieven waarbij scholen proberen mijn kringloopmethode in een onderwijssetting vorm te geven. Het agora-onderwijs is daar een mooi voorbeeld van, daar gaan ze nadrukkelijk uit van het verschil om iets te willen leren en iets te moeten leren.

Kuierend door het bos: “Hé, die boomstammen zijn niet bruin”

Ook op jenaplanscholen stoeien we steeds met druk op leren van buitenaf en het intrinsieke leerproces van binnenuit. Waarbij ‘binnen’ slaat op het kind, maar ook op onze identiteit als school. Hoe vaak krijgen we het voor elkaar dat kinderen de oorspronkelijkheid van een (onverwachte) beleving ervaren, alsof ze nietsvermoedend een spreekwoordelijke kringloopwinkel binnenlopen, zonder dat we daar allerlei doelen achter zetten? Een spel mogen spelen, gewoon om het spel zelf. Even lekker kletsen met een kop bouillon. Uit het raam staren, wegdromen of ongebreideld fantaseren en associëren. En hoe vaak doen volwassenen dat eigenlijk?

Op die laatste dag van het schoolkamp, kuierend door het bos, staat Joris opeens stil: "Hé, die boomstammen zijn helemaal niet bruin. Ik teken ze wel altijd bruin". Wat later hoor ik hem hardop vragen, tegen iedereen en niemand in het bijzonder: "Wat zou jij doen als je nu een wolf tegenkomt?" Iemand anders mijmert: "Krijgen dennenbomen eigenlijk ook blaadjes?"

Kees Groos was jarenlang stamgroepleider in de bovenbouw op Jenaplankindcentrum de Peppels/de Canadas in Boxmeer. Nu is hij er adjunct-directeur en schoolopleider, wat hij combineert met een dag waarop hij een stamgroep leidt.

Foto's: Pexels, Creative Commons. Bosfoto's met kinderen door Katrin Bolovstova

Lancering De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026

Maandag 13 april, van 16.00-16.45, online
Registreer je hier voor dit Webinar of klik op de poster


De tweede editie van De Staat van het Vernieuwingsonderwijs komt eraan! Een publicatie met voorbeelden uit de prachtige praktijk van het traditionele vernieuwingsonderwijs. Je doet er inzichten op vanuit onderzoek en leest ervaringen van hen die dit onderwijs actueel, onderscheidend en mogelijk maken: jullie! De onderwijsprofessionals van het traditionele vernieuwingsonderwijs. 

2 reacties

  • Wat een voorrecht om zó intens en pedagogisch naar de ontwikkeling van kinderen te kunnen kijken ... terwijl de kampouders heel nuttig bezig zijn!
    Voor mijn gevoel is zo'n attitude Jenaplan ten voeten uit.
    Geweldig bedankt.
  • Een ongedwongen sfeer is de basis van succes! Dat er ruimte is voor even pauzeren met een kopje bouillon is mijn inziens een teken dat het goed gaat op een school. Daar wil je les krijgen én lesgeven!

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl