Dit verhaal vormt een opmaat naar het verschijnen van ‘De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026’ met als thema ‘vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’. Dit nieuwe rapport van Saxion en de traditionele vernieuwers van montessori, dalton, freinet, vrijeschool en jenaplan verschijnt op maandag 13 april. Je kunt je – via deze link – nog opgeven om bij de online lancering te zijn. Daarna is De Staat te downloaden. Mensenkinderen komt over een paar weken met een bespreking.
Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie, dat is nog eens een thema om je redactie-ervaringen bij Mensenkinderen mee te beginnen. Ik moest er dan ook even over nadenken, maar geïnspireerd door mijn mederedacteuren zag ik al snel een verhaal waarbij ik mijn achtergrond als hogeschooldocent pedagogiek op de pabo kan meenemen. Want zie ik niet dagelijks om mij heen dat het bij voorkeur effectief en efficiënt moet gaan? Onze studieboeken staan er vol mee. Effectief leergedrag. Efficiënt klassenmanagement. Effectief onderwijs. Efficiënt handelen. Effectieve instructie.
Wie de bal kaatst, kan hem terugverwachten: zo sprak ik dit schooljaar meerdere studenten die mij vroegen naar mogelijkheden tot versnelling in hun afstudeerprogramma. “Het gaat allemaal zo lekker. Mag ik niet drie dagen LIO-stage lopen in plaats van twee, zoals in het programma staat?” Of: “Dat onderzoek, hè? Hoeveel weken moet je het ontwerp uitproberen in de praktijk? Kan dat wat sneller, want dan lukt het mij namelijk om het bij het volgende inlevermoment alvast af te ronden.”
Petersen maakte het weekplan niet voor niets ritmisch
Ik neem mijn studenten niets kwalijk, integendeel. Flexibilisering in het hoger onderwijs is een item en daar hebben wij op onze eigen wijze in mee te bewegen. Daarbij, geef ik als docent wel altijd het juiste voorbeeld? Zo hoor ik mijzelf rustig zeggen: “Het is altijd aan te raden om als dat past een momentje van beweging in je les in te bouwen, een leuke energizer bijvoorbeeld. Dan kun je daarna weer lekker fris, snel en vol energie verder met je instructie.” Waarom? Lekker fris? Snel? Vol energie? Waarom hoor ik mijzelf niet zeggen: “Vertraag ook af en toe eens even met de kinderen, gewoon even aanrommelen, even lanterfanten.”
Waarom hoor ik mijzelf niet zeggen: “Vertraag ook af en toe eens even met de kinderen"?
Blijkbaar zit dat dus niet vooraan in mijn gedachten. Het lijkt niet te horen bij het hippe, efficiënte ‘nu’. En dat terwijl ik heel goed weet dat even vertragen juist een vitaal deel is van leerprocessen, van levensprocessen. Petersen had het niet voor niets over een ritmisch weekplan. Hij was het die de sociale activiteiten in ieder menselijk leven onderscheidde in spreken, spelen, werken en vieren, om van de innerlijke basisactiviteiten als denken en filosoferen, experimenteren en waarnemen, bidden en mediteren nog maar te zwijgen. Hij richtte daarmee bewust ruimte in voor verschillende tempo’s in de schoolweek, met ook de broodnodige verinnerlijking en verstilling.
Was het niet juist mijn oud jenaplandirecteur die mij er als beginnende stamgroepleider op wees dat ik weleens mocht “janligtharten”. Lees: met je handen in je zakken staan en in stilte genieten van wat je de kinderen ziet doen. Niet te veel zeggen, geen interventies, geen energizer. Gewoon er zijn, aanspreekbaar zijn als het nodig is, vanuit nabijheid. Dit op basis van een oude schoolfoto waarop de Nederlandse vernieuwingspedagoog Jan Ligthart te zien is met zijn handen in zijn zakken te midden van een groep kinderen. Waarom neem ik dat onvoldoende mee mijn eigen lessen in? Komt het omdat de tijdsgeest efficiëntie en effectiviteit van me vraagt?
Swipend door alle facetten van het leven
Ik zie mijn studenten inderdaad vluchtig door de tijd bewegen. Zo snel als ze swipen, zo snel zie ik ze ook door het leven gaan. Met swipen kun je vluchtig door het nieuws bladeren, snel de stories in je Insta checken, rap door de nieuwste collectie van je favoriete winkel scrollen en vind je iemand niet leuk, dan swipe je die persoon gewoon van je schermpje. Dat kan energie geven. Maar ik ervaar ook hoe gemakkelijk je die snelheid en vluchtigheid mee kunt nemen naar andere facetten van het leven. Zo blijkt uit recent onderzoek [kijk bijvoorbeeld hier of hier] dat er verbanden zijn gevonden tussen deze digitale vluchtigheid en de manier waarop we in het dagelijks leven reageren: sneller afgeleid, minder geduldig, minder geneigd om ergens langer bij stil te blijven. Haast ongemerkt heeft de beweging van het swipen zich verplaatst naar hoe we kijken, luisteren en aanwezig zijn.
Tegelijkertijd zie ik, ook als onderdeel van ‘de tijdsgeest’, dat er bij mijn studenten heel veel tegelijk speelt. Ze houden veel ballen in de lucht, leven in een wereld waarin zorgen en onzekerheden niet ver weg zijn, en waarin er voortdurend iets van hen gevraagd wordt. En dat laatste het liefst snel, effectief en efficiënt.
Wat ik minstens zo duidelijk zie: een behoefte aan verbinding. Aan ergens bij horen. Studenten die betrokken zijn. Vragen stellen ter verdieping. Om een luisterend oor vragen en zelf ook een luisterend oor bieden.
Maar wat ik minstens zo duidelijk zie, is iets anders: een behoefte aan verbinding. Aan ergens bij horen. Studenten die, ondanks alles, gewoon trouw en fysiek naar de les komen. Betrokken zijn. Vragen stellen ter verdieping. Om een luisterend oor vragen en zelf ook een luisterend oor bieden. Studenten die vragen om samen iets te doen, een spelletje in de pauze, een moment zonder doel. Dat stemt mij hoopvol. Niet dat ik het oplossen van de problemen van een overhaaste wereld zomaar wil overhevelen naar een ‘brave new generation’, maar vanwege het teken dat ze mij geven: geef ons verdieping, bied ons vertraagde tijd, help ons ook samen te spreken, spelen en vieren in een wereld van werkefficiency. Kan ik hen ervaringen meegeven in vertraging, in stilstaan, in even niets doen?
Experiment op de kunstacademie: ‘doe twee weken niets’
Wat als leren niet alleen zit in doen, maar juist ook in het uithouden van het niet-doen? Dit vraagstuk speelde recent bij de Hogeschool voor Kunsten in Utrecht. Studenten kregen hier de opdracht om twee weken lang niets te doen [zie ook: hier]. Er werd geen input gegeven en er werd ook geen output gevraagd. In eerste instantie was er onrust, weerstand. De studenten beloofden dat ze zich zouden inspannen om zo min mogelijk te doen in twee weken. Naast echt niets doen, werd er een verveelclub in het leven geroepen en studenten bedachten opdrachten voor elkaar. Meel zeven en weer terugdoen in het pak. Rijstkorrels tellen. Elkaar vijf minuten in de ogen kijken. Wachten op inspiratie. En zo ontstond er gaandeweg reflectie en bewustwording. Docenten concludeerden dat studenten het verleerd leken te zijn om niet-productief te zijn.
Het verleerd zijn om niet-productief te zijn. Zou dit mogelijk ook al voor kinderen op de basisschool kunnen gelden? En ligt dan juist daar geen prachtige kans voor ons, als opvoeders, als stamgroepleiders en als docenten? Misschien begint vorming wel precies daar: in het durven uithouden van het niet-weten, het niet-doen, het even niets. Waar kan ik morgen dan al in het klein mee beginnen? Door vertraging als een pedagogische opdracht te zien? Tijd gewoon laten bestaan; niet alles te vullen. Door verbinding te oefenen? De tijd nemen om echt te luisteren en niet meteen te reageren. Maar bovenal begint het misschien wel gewoon met het geven van een kans. Jongeren hebben begeleiding nodig in het vertragen. En misschien hoeven we jongeren niet te leren hoe ze sneller moeten worden, maar hoe ze het tempo soms mogen loslaten. En dat begint dan bij ons.
Wat als we nou eens niet door scrollen? Wat als we nou eens...? Tussen swipen en stilstaan ligt een wereld aan kansen. Welke kans pak jij?
Gertine Vorstelman vervulde al vele rollen in het Jenaplan. Van stamgroepleider en schoolleider van Jenaplanschool Heerde tot secretaris van de NJPV. Inmiddels is ze hogeschooldocent aan KPZ in Zwolle, waar ze ook een jenaplantraject begeleidt.
Gerefereerde bronnen:
https://nivoz.nl/nl/gertine-vorstelman-mijn-directeur-leerde-mij-janligtharten-wat-kun-je-doen-om-een-ondernemende-houding-te-stimuleren
https://www.annalembke.com/dopamine-nation
https://neuro-psychologie.nl/wat-doet-al-dat-scrollen-swipen-en-bingen-met-ons-brein/
https://nivoz.nl/nl/niks-doen-op-de-hku-over-een-experiment-dat-zichzelf-niet-kan-overleven
https://www.hku.nl/nieuws/hku-seminar-%E2%80%98niks-doen%E2%80%99-smaakt-naar-meer
Fotografie:
Jan Ligthart en zijn klas: Wikipedia, Creative Commons
Kinderen in trappenhuis: Yan Krukau / Pexels, Creative Commons
Liggende persoon in gras: Shivansh Sharma / Pexels, Creative Commons
1 reactie