‘Het Jenaplan schuwt presteren niet, het verhoudt zich er juist heel bewust toe’

Saxion over een gezonde balans: redelijkheid in effectiviteit en vertragen

Om meer te kunnen zeggen over waarden, overtuigingen en ervaringen in het vernieuwingsonderwijs, zette Saxion-onderzoeker Lida Klaver met haar collega’s een vragenlijst uit bij de traditionele vernieuwingsconcepten. In dit artikel vertellen ze wat ze bovengehaald hebben uit de jenaplanpraktijk – zowel cijfermatig als via antwoorden op open vragen. Ook geven ze een korte verhandeling over de blik van Petersen en zijn Nederlandse navolgers op presteren, effectiviteit en welbevinden. Hun conclusie: “Het Jenaplan schuwt presteren niet, het verhoudt zich hier juist heel bewust toe, door de nadruk te leggen op het pedagogische en op brede vorming.”
Door Lida Klaver, Jaap de Brouwer, Vera Otten-Binnerts, Symen van der Zee, Jory Tolkamp en René Berends

Mensenkinderen thematiseerde de afgelopen periode ‘Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’, het centrale thema van de Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026. De Staat, ook boordevol inspiratie uit de praktijk van Jenaplan en andere traditionele vernieuwers, is hier te downloaden. Om het rapport bij de hand te houden, gaan we het ook als pdf beschikbaar maken in de NJPV-winkel.

Het onderwijs staat onder spanning. De maatschappelijke nadruk op versnelling, prestatie en efficiëntie leidt tot zorgen over de negatieve (neven)effecten ervan. Effectiviteit geldt steeds vaker als norm voor goed onderwijs: wat niet aantoonbaar bijdraagt aan leerwinst, raakt onder verdenking en wordt afgedaan als pretpedagogiek. Die tendens gaat ten koste van aandacht voor welbevinden, vertragen en algemene vorming. Leerlingen en leraren ervaren stress en mentale problemen (Bussemaker & Albeda, 2026). In dit krachtenveld groeit de vraag wat goed onderwijs eigenlijk is en welke waarden daarin leidend zouden moeten zijn. Hoe behouden we de redelijkheid in het streven naar efficiëntie en effectiviteit?

'Deze vorming laat zich niet volledig afdwingen, versnellen of vastleggen in vooraf geformuleerde uitkomsten en processen'
 

In het traditionele vernieuwingsonderwijs (Dalton, Freinet, Jenaplan, Montessori en vrijeschool) wordt de school gezien als een pedagogische tussenruimte: een plaats waar kinderen leren leven met anderen, zich moreel oriënteren en geleidelijk hun verhouding tot zichzelf en de wereld ontwikkelen, door het opdoen van kennis, kunde en ervaringen. Deze vorming laat zich niet volledig afdwingen, versnellen of vastleggen in vooraf geformuleerde uitkomsten en processen. In de dagelijkse praktijk wordt gezocht naar ritmes die niet uitsluitend door effectiviteit en efficiëntie worden bepaald, maar door pedagogische betekenis; een weloverwogen keuze om een balans te vinden in de pedagogische opdracht die traditionele vernieuwingsscholen zichzelf opleggen en om weerstand te bieden aan een eenzijdig tijdsregime. Juist het idee van de school als tussenruimte en het belang van vorming raken in de verdrukking in een tijd waarin de roep om concrete, meetbare uitkomsten toeneemt. Vernieuwingsscholen proberen die ruimte voor vorming bewust te beschermen. Goed onderwijs gaat volgens de vernieuwers om het vinden van een gezonde balans tussen effectiviteit en verwijlen, tussen versnellen en vertragen.

De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026

Hoe wordt hier in de praktijk tegenaan gekeken? In De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026 rapporteert het Lectoraat Vernieuwend Onderwijs de resultaten op een vragenlijst over ‘vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’. Van de 214 respondenten waren er 30 (14%) afkomstig uit het jenaplanonderwijs. De resultaten laten zien dat de nadruk op effectiviteit en efficiëntie volgens de respondenten de afgelopen jaren is toegenomen. Ongeveer 80% van het totaal aantal respondenten ervaart een (sterke) groei van deze druk, afkomstig vanuit de school zelf, het onderwijsveld en de maatschappij. Opvallend is dat deze druk ook uit leraren zelf komt (61%), wat te maken kan hebben met een diepgewortelde cultuur waarin prestaties en verantwoording belangrijk zijn. Een schoolleider van een Jenaplan basisschool stelt: “We zouden meer tijd moeten nemen om te vertragen. Dat proberen we, maar de druk om de resultaten op orde te houden, blijft ook.”

'Opvallend is dat deze druk ook uit leraren zelf komt (61%), wat te maken kan hebben met een diepgewortelde cultuur waarin prestaties en verantwoording belangrijk zijn'
 

Opbrengstgericht werken wordt door een kwart van de respondenten genoemd als iets waar ze trots op zijn. Tegelijkertijd benoemen onderwijsprofessionals in het traditioneel vernieuwingsonderwijs kenmerkende aspecten van hun onderwijsconcept op de vraag waar ze trots op zijn: kindgericht werken (28%), een breed onderwijsaanbod (26%) en brede vorming (20%). Een schoolleider van een jenaplan-kindcentrum licht toe: “Op een jenaplanschool leer je samenleven. Je leert jezelf kennen en de ander en hoe die twee tot samenwerking moeten komen. Je omarmt verschillen en leert van en met elkaar. Een kind is meer dan de basisvaardigheden, en voor die bredere ontwikkeling is op een goede jenaplanschool ruimte.” Maar er lijkt een spanning te bestaan tussen meetbare prestaties en bredere ontwikkelingsdoelen. Veel respondenten geven aan dat de nadruk op effectiviteit soms ten koste gaat van tijd, ruimte en aandacht voor de brede ontwikkeling van leerlingen.

De resultaten tonen zodoende ook een zoektocht naar balans. Ongeveer de helft van alle respondenten geeft aan dat er een evenwicht is tussen presteren en vertragen/welzijn, terwijl anderen meer nadruk leggen op presteren (37%) of vertragen/welzijn (18%). De relatie tussen een nadruk op effectiviteit/efficiëntie en het onderwijsconcept verschilt. Voor het ene onderwijsconcept is deze relatie meer positief, voor het andere meer negatief. Relatief veel jenaplanners (ongeveer de helft van de 29 respondenten op deze vraag) vinden dat de nadruk op effectiviteit/efficiëntie een negatieve invloed heeft op de uitvoering van het onderwijsconcept. Voor bijvoorbeeld Dalton betrof dit ongeveer een derde en zag zo’n 60% deze invloed als iets positiefs. Is er wrijving tussen het Jenaplan en een nadruk op effectiviteit/efficiëntie?

De stamgroepleider laat zich niet vernederen tot ‘lesboer’

Petersen noemde zijn school een opvoedingsschool en de titel van één van zijn boeken luidt (in het Nederlands) niet voor niets Van didactiek naar onderwijspedagogiek. In het Jenaplan vindt leren plaats in pedagogische situaties. Petersen (1937/2024, p. 21) beschrijft een pedagogische situatie als een van leven tintelende groep kinderen vol vragen, rond een groepsleider met een pedagogische bedoeling, waar ieder als totale persoon moet handelen en actief zijn. Die activiteit kan innerlijk zijn (nadenken, filosoferen, aanschouwen, ervaren, waarnemen, zich verdiepen, bidden en aanbidden) of sociaal (gesprek, spel, werk en viering). Petersen plaatst dit leren in pedagogische situaties tegenover zuivere leersituaties ‘waarin het nuttige, het egoïstische, overheerst’. Dit zijn situaties waarin ‘de docent zich vernedert tot ‘lesboer’’ (p. 49). Zelfs als zo’n op nut en zakelijkheid gerichte les ‘voortreffelijk, pakkend en effectief’ is, kan dit niet tippen aan een pedagogische situatie waarin het gaat om een bewust worden ‘dat moeilijk onder woorden gebracht kan worden, tenzij we dichter of musicus waren’ (p. 49-50).

Effectief jenaplanonderwijs

Hoewel Petersen (1937/2024) zich dus afzet tegen een te zeer op nut gerichte situatie, is er ook plaats voor ‘presteren’ in zijn opvoedingsschool. Door de aangeboden cursussen (lessen) zullen kinderen ook in een jenaplanschool presteren (p. 111). Petersen beschrijft ook dat de groepsleider zich elke dag verdiept in de prestaties van ieder kind (p. 67). Én ieder kind persoonlijk benadert en met elk kind echt contact heeft. De stamgroepleider hoeft de kinderen ‘niet achter de vodden te zitten en op te jutten om klaar te komen met de voorgeschreven hoeveelheid leerstof’ (p. 67). In de schoolwoonkamer zijn stamgroepleider en de kinderen ‘vanuit een zekere rust’ bezig, de stamgroepleider houdt rekening met het individuele kind, met diens ontwikkeling en levensritme (p. 67).

'Petersen beschrijft dat de groepsleider zich elke dag verdiept in de prestaties van ieder kind'
 

Ook bij de Nederlandse navolgers van Petersen zien we met name nadruk op het pedagogische. Toch komt ook in hun werk het belang van presteren, effectiviteit en efficiëntie terug. Bovenal is de jenaplanschool een pedagogische school, een school waar je leert samenleven (Velthausz & Winters, 2014). Tegelijkertijd luidde basisprincipe 17: ‘In de school worden zelfstandig spelen en leren afgewisseld en aangevuld door gestuurd en begeleid leren. Dit laatste is expliciet gericht op niveauverhoging. In dit alles speelt het initiatief van de kinderen een belangrijke rol.’ (Both & Vreugdenhil in Velthausz et al., 2026, p. 11). In de jenaplanschool is dus aandacht voor ‘niveauverhoging’. Cursussen worden aangeboden om kinderen nieuwe dingen te leren. Velthausz en Winters (2014, p 130) benadrukken hierbij het belang van effectieve instructie: ‘Cursussen zijn het meest effectief als er een relatie is met stamgroepwerk. Goede instructie zorgt ervoor dat het niet veel tijd in beslag neemt, en effectief is.’ En: ‘Een belangrijk gegeven bij het kiezen van werkvormen, is de effectiviteit’ (p. 131). Tegelijkertijd betekent het Jenaplan ook dat kinderen (soms) zelf kunnen bepalen of ze bij een instructie zijn. En kinderen kunnen ook instructies aan elkaar geven.

Brede vorming

Jenaplanonderwijs is niet enkel gefocust op smalle, cognitieve doelen. De leerstof wordt ontleend aan de werkelijkheid. Daarbij beschrijft Petersen (1937/2024, p. 126) taal, rekenen en technisch-creatieve vaardigheden als wat geoefend en geleerd moet worden om deze bij wereldoriëntatie toe te kunnen passen. Wereldoriëntatie vormt het hart van het onderwijs en met de jenaplanessenties (bijvoorbeeld samenwerken, presenteren, creëren en reflecteren) wordt heel duidelijk dat in jenaplanscholen gewerkt wordt aan brede vorming (Velthausz & Winters, 2014).

'Vanuit een pedagogische kern zorgt ook het Jenaplan voor effectief onderwijs'
 

Het Jenaplan schuwt presteren niet, het verhoudt zich hier juist heel bewust toe. Door de nadruk te leggen op het pedagogische en op brede vorming. Vanuit een pedagogische kern zorgt ook het Jenaplan voor effectief onderwijs. Maar effectief onderwijs is niet hét centrale doel.

Literatuur

Bussemaker, J. & Albeda, Y. (2026). Naar meer ontspannen onderwijs voor leerling en leraar. In Lectoraat Vernieuwend Onderwijs (Red.), De staat van het vernieuwingsonderwijs 2026: Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie (pp. 4-9). Saxion Progressive Education University Press. https://doi.org/10.5281/zenodo.18173539

Lectoraat Vernieuwend Onderwijs. (2026). De staat van het vernieuwingsonderwijs 2026: Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie. Saxion Progressive Education University Press. https://doi.org/10.5281/zenodo.18173539

Petersen, P. (2024). Van didactiek naar onderwijspedagogiek. NJPV. https://www.jenaplan.nl/nl/winkel/41/van-didactiek-naar-onderwijspedagogiek (Origineel werk gepubliceerd in 1937).

Velthausz, F., Klaver, L., Solen, E., & Bors, G. (2026). Ontwikkeling van Jenaplan in lijstjes. NJPV. 

Velthausz, F., & Winters, H. (2014). Jenaplan, school waar je leert samenleven. NJPV.

Leestips:

0 reacties

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl