Een krachtige kring zorgt voor haar buitenbeentjes

Kees Groos opent het thema inclusie

Rob (11) is dol op textiel en naaimachines. Voor zijn carnavalskostuum heeft hij een rok gemaakt, die hij graag aan de stamgroep wil laten zien. Stamgroepleider Kees Groos geeft hem die ruimte, maar twijfelt ook: kunnen de machojongens in de groep dit waarderen? Het doet hem denken aan Joris een paar jaar geleden. Joris maakte van elke gymles een competitie en kon agressief worden of weglopen, wanneer hij verloor. Een heel ander buitenbeentje. Destijds had Kees ingezet op de kracht van de stamgroep.
Door Kees Groos

Wat is inclusief onderwijs? De overheid streeft ernaar dat alle Nederlandse scholen in 2035 de overgang gemaakt hebben naar inclusief onderwijs, waarbij ieder kind welkom is in het reguliere onderwijs en gelijke ontwikkelingskansen krijgt. Het is de bedoeling dat alle kinderen naar een school in de buurt van hun eigen huis kunnen, waarbij extra zorg of ondersteuning georganiseerd wordt binnen de school. Leraren worden bijgestaan door multidisciplinaire teams. De overheid volgt hierbij de afspraken uit een aantal internationale verdragen. Langzaam begint het gesprek hierover op gang te komen, zie bijvoorbeeld deze enquête onder onderwijspersoneel door AOb, CNV en FvOv (mei 2026), waaruit blijkt dat meer dan de helft kritisch is over de praktische uitwerking en de haalbaarheid. Mensenkinderen verkent de komende periode hoe praktijk en theorie van het Jenaplan zich verhouden tot inclusief onderwijs.

“Ik ben weer verder met mijn carnavalskostuum!” Het is niet de eerste keer dat Rob erover begint. Sterker nog, er gaat nooit veel meer dan een week voorbij of het gaat over tule, naailes, geïntegreerde lampjes, kleuren en thema's voor de lichtjesoptocht met carnaval in Boxmeer. Maar nu, na een tijd ploeteren met naaimachines, stof en lijmstiften, is het dan zover: er is een onderdeel van het veelbesproken kostuum klaar. “Ik heb de rok helemaal af.”

Rob is een lieve jongen van elf. Met nog lang geen baard in zijn keel, kletst hij graag met stamgroepleiders, met name over dingen die hij zelf heeft beleefd en belangrijk vindt. Hij is creatief en schrijft de mooiste verhalen. Gymmen gaat veel minder soepel. Daar zitten zijn lijf en motoriek hem te veel bij in de weg. Maar de fijne motoriek bevindt zich duidelijk aan het andere uiterste daarvan. De rok is klaar. “Wil je hem laten zien in de groep?”, vraag ik.

'Ik durf wel te zeggen dat we een diverse groep hebben. Het is best een uitdaging om het allemaal in pedagogisch goede banen te leiden'


Vanbinnen heb ik een ogenblik getwijfeld bij deze vraag. Ik durf namelijk wel te zeggen dat we een diverse groep hebben. Het is best een uitdaging om het allemaal in pedagogisch goede banen te leiden. De stamgroep als veilige gemeenschap is lang niet altijd een feit. Regelmatig voel ik allerlei onderstromen en lang niet altijd lukt het me een uitbarsting voor te zijn. De groep bestaat namelijk ook uit kinderen die opgroeien in een cultuur van oog om oog, tand om tand, kinderen die thuis een ik-mag-het terugdoen-van-mijn-ouders-opvoeding krijgen – iets dat op een school en in een maatschappij niet bepaald tot de-escalatie en meer wederzijds begrip leidt. Een opvoeding ook waarbij wordt uitgegaan van een traditionele man-vrouwverhouding. Om dan een jongen in een rok een solo-modeshow te laten geven in de kring? Toch hoor ik mezelf de vraag stellen: wil je hem laten zien in de kring? Met zijn aanstekelijke enthousiasme aarzelt Rob geen moment: “Ja!”

Mijn verzuchting bleek de opening voor een kringgesprek

Een paar jaar geleden zat Joris in mijn stamgroep. Joris was zo ongeveer het tegenovergestelde van Rob. Bij hem liet de creativiteit te wensen over. Maar gingen we gymmen, was er sprake van sport en spel, dan stond hij vooraan met een enthousiasme dat snel overging in fanatisme, inclusief de frustratie wanneer er door hem of zijn team incidenteel een wedstijdje verloren werd. Joris kon behoorlijk agressief zijn en uitte zijn frustratie regelmatig door weg te lopen van school.

Na het zoveelste incident waarbij hij weer woedend was weggestormd, riep ik de groep in de kring. Mijn pedagogische gereedschapskist raakte leeg. Al zoveel geprobeerd, de ene keer met wat meer – tijdelijk – succes dan de andere. Ik verzuchtte, verwoordend wat de groep voelde: “Wat moeten we hier toch mee?” Dat bleek de opening voor een gesprek. Respectvol voor de uitdagingen die Joris had in het leven, dacht de groep mee over hoe we hem konden helpen. “Ik kan meestal zien wanneer Joris boos begint te worden”, zei een jongen na een tijdje, “Als ik hem nou mag zeggen dat hij dan een rustige plek opzoekt…” Een mooi plan: kijken of het lukte, ten bate van de groep en van Joris zelf, om ontploffingsverschijnselen voor te zijn. We gingen het samen proberen.

'Ik kan meestal zien wanneer Joris boos begint te worden', zei een jongen na een tijdje, 'Als ik hem nou mag zeggen dat hij dan een rustige plek opzoekt…'
 

Bleek het een wondermiddel? Was er daarna nooit meer strijd, nooit meer een uitbarsting? Nee, het ging heus niet altijd goed, maar het zette wel iets in gang. Het zorgde voor meer zorgzaamheid, respect en begrip in de groep. Joris vond het in eerste instantie niet fijn dat er over hem gesproken werd. Wat later begreep hij het wel en vond hij het goed dat er mee gedacht werd. Het zette het probleem in een gezamenlijk perspectief. Er was een klein begin gemaakt van het ombuigen van een neerwaartse naar een opwaartse spiraal.

Onevenredig veel aanspraak op mijn aandacht

Gesprekken in mijn team komen natuurlijk vaak uit op wat kinderen nodig hebben om tot leren te komen. Het is onze missie om dat voor alle kinderen zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Dat zit in de kern van elk onderwijsteam ingebakken. Steeds vaker merken we dat sommige kinderen een onevenredig grote aanspraak doen op de hoeveelheid aandacht die je op een dag kan verdelen over je groep. De vrees is, ook kijkend naar de onrust in de samenleving, dat dit de komende jaren alleen nog maar meer zal worden. Een zinsnede die ik dan vaak hoor en die ik ook zelf wel gebruik: “Tja, soms moet je gewoon kiezen voor de groep!”

Een zinsnede die ik vaak hoor en die ik ook zelf wel gebruik: 'Tja, soms moet je gewoon kiezen voor de groep!'
 

Het is een uitspraak waarachter een heleboel schuilgaat, maar misschien wel met name handelingsverlegenheid. Ik ga dit kind dat al zoveel aandacht vraagt niet meer helpen en besteed de rest van mijn aandacht aan de groep, want de aandacht die ik erin heb gestoken leidt onvoldoende tot resultaat. Het is een eerlijke en begrijpelijke uitspraak, omdat je het soms niet meer zo goed weet. ‘Gewoon’ is het zeker niet, maar dat vergoelijkt de gedachte een beetje.  Deze uitspraak insinueert nog wat anders. Het zet het kind aan wie nu dus even geen aandacht meer besteed zal worden, buiten de groep. Het is een uitspraak die bevestigt dat je een groep hebt én dit kind.

Hoe kan mijn groep elk kind versterken?

Wat zou er gebeuren als we deze uitspraak anders zouden gaan formuleren. Wat zou er gebeuren als we er een vraag van zouden maken: hoe kan mijn groep elk kind versterken? Of: hoe kan dit kind in mijn groep door de anderen (en mij) geholpen worden?

Een verandering van formuleren kan helpen in een verandering van denken. Het geeft een andere richting aan en opent een gebied aan mogelijkheden waar je anders niet aan gedacht zou hebben. Het zal misschien niet meteen een oplossing voor alle uiteenlopende aandachtsvragen zijn, maar misschien ook wel. Want soms kan de kracht van de stamgroep je verbazen.

Rob is vanochtend met een shopper gevuld met tule, linten en kleur op school gekomen. Hij heeft zijn zelfgemaakte rok aangetrokken en staat nu midden in de kring, waar hij hem met een sierlijke zwaai showt. “En ik heb hem zelf gemaakt!”, zegt hij er vol trots (en niet voor het eerst) bij. Iedereen begint te klappen.

Kees Groos was jarenlang stamgroepleider in de bovenbouw op Jenaplankindcentrum de Peppels/de Canadas in Boxmeer. Nu is hij er adjunct-directeur en schoolopleider, wat hij combineert met een dag waarop hij een stamgroep leidt.

Fotocredits:
Getekende groep kinderen: Animatievideo Inclusief Onderwijs Rijksoverheid
Naaimachine: Rakhmat Suwandi (pexels, creative commons)
Jongen silhouet: Rumeyda Tutak (pexels, creative commons)
Groepsgesprek: Tima Miroshnichenko (pexels, creative commons)

0 reacties

Reageer op dit artikel