Zo'n dag met hier en daar antwoorden en tig nieuwe vragen

    Kees Groos over hoe je met bezieling samen vormgeeft aan onderwijs

    Na jarenlang zijn bovenbouwgroep te hebben geleid, is Kees Groos in zijn rol opgeschoven naar adjunct en schoolopleider. Hij haalt veel uit zijn dag als vliegende kiep voor een groep en de rest van de week ondersteunt hij teamleden bij hun dilemma’s. Als hij enkele van die voorvallen de revue laat passeren, ontdekt hij dat ze iets gemeenschappelijk hebben: telkens probeert hij zichzelf en zijn collega’s bij de pedagogische bezieling te brengen.
    Door Kees Groos

    In 2025 heeft er veel in het teken gestaan van burgerschap, jenaplankwaliteit en de herziening van de basisprincipes. Op weg naar de donkere dagen heeft de Mensenkinderenredactie ervoor gekozen om een passend thema te omarmen: onze pedagogische bezieling. Hilde Paulsen schreef het openingsartikel in deze minireeks; vandaag neemt Kees Groos ons mee in zijn school.

    Tim (1): “Hoe ga ik het vandaag weer aanpakken met Tim?”

    Het is nog vroeg als ik het nog lege lokaal van mijn collega binnenstap. “Pfff”, verzucht hij, “Tim trekt echt een enorme wissel op de groep!” Het volgt zo’n beetje meteen op “Goeiemorgen!”, het zit hem duidelijk hoog. Ik ga op een tafeltje zitten, we hebben nog even tijd voor de kinderen komen. “Wat is er aan de hand?”, vraag ik. Dan volgt er een uiteenzetting over Tim en zijn impulsieve gedrag. “Met Tim erbij is de kring heel vaak gewoon geen fijne plek meer voor de kinderen. Om van de werksfeer in de blokperiode maar te zwijgen.” Ik hoor hoe mijn collega het probeert met al zijn pedagogische gereedschappen, met al zijn tact. Tim en hij zitten samen vast in een cyclus van waarschuwen, even volhouden, weer de bocht uit vliegen, weer waarschuwen… Nou ja, ‘samen vast’. “Tim vindt het zelf allemaal prima gaan. Zo lijkt het in elk geval. Daar denk ik echt anders over. Hoe ga ik het vandaag weer aanpakken?”

    Insecten eten (1): culturele teasers

    Een paar weken geleden zat ik met de bovenbouwcollega’s bij elkaar, om een nieuw thema voor te bespreken. ‘Hallo wereld!’ zal het gaan heten en het idee is om verschillende culturele teasers van over de hele wereld met de kinderen te beleven. We werden samen steeds enthousiaster in het bedenken en opzoeken van bijzondere culturele uitingen. Eén collega wist over ‘kaasrollen’, een jaarlijkse traditie uit een Engels dorpje waarbij een hele groep mensen van een zeer steile heuvel afrent, of rolt, of valt, achter een rollende kaas aan. Wat schrammen, bulten en blauwe plekken later, mag degene die de kaas te pakken krijgt hem hebben. Kan dat hier? Tuurlijk, zeker omdat we het vriendelijke kleine heuveltje bij school in gedachten hebben dat lang niet zo steil is. Ook interessant vonden we de optie ‘insecten proeven’: in veel landen is het eten van insecten iets heel normaals. Kleinschalig zijn in Nederland ook insectenfarms opgezet, universiteiten doen er onderzoek naar, een aantal supermarkten probeerde ze zo’n tien jaar geleden uit in hun assortiment en menig kok heeft er gerechten mee gemaakt. Hoe zou dat als teaser zijn? En dan kwam nog een stamgroepleider met een vreemd gebruik uit Denemarken, waarbij bij de voltrekking van een huwelijk mensen de puntjes van de sokken van de bruidegom afknippen.

    Merida (1): terug na twee jaar buitenland

    Het is inmiddels fruitpauze en ik spreek een andere collega. “Kees, nog even over Merida...” Ja, ik weet van Merida. Ze is mij ook opgevallen, met name op het gebied van de beheersing van het Nederlands. Ze is twee jaar met haar ouders in het buitenland geweest, maar het gezin heeft ervoor gekozen om terug naar Nederland te komen. Sinds het begin van dit schooljaar is Merida weer terug op haar oude honk, maar anders dan we ingeschat hadden op basis van de Merida die we kenden, heeft ze veel moeite om te aarden. Ze sprak aardig goed Nederlands toen ze ging, nu bijna alleen Engels. Op zich is dat werkbaar, maar we kunnen niet alles accommoderen. Ze leest bijvoorbeeld bijna niet in het Nederlands. Is ze alles verleerd? “Wat ik lastiger vind, is dat ze zichzelf steeds lijkt te moeten overschreeuwen. Ik zie zelden positief gedrag”, stelt mijn collega, “En gisteren hoorde ik van ouders terug dat hun kinderen vertellen dat ze online soms ook vervelende dingen post. Merida komt bijna niet tot werken en tot leren.” In de hectiek van het ‘gewone stamgroepleven’ ervaart mijn collega het als nóg een ingewikkelde vraag erbij: “Wat kunnen we hier nu mee?”

    Insecten eten (2): terugkoppeling van een ouder

    Vorige week was het zover. Het was een race vol kleine valpartijen en grote hilariteit, toen de kinderen de kaas achtervolgden. We hebben ons verbaasd over een nephuwelijk tussen twee collega’s waarbij iedereen de tenen van zijn sokken afknipte. En het was spannend en onwennig om een insect in je mond te stoppen. Bij die laatste teaser kregen we een terugkoppeling van een ouder, volgens wie insecten eten geen culturele uiting is, maar een agendapunt tegen vleeseten. “Alle ouders hadden op de hoogte gesteld moeten worden” en “Insecten eten is niet geheel zonder risico’s”, stond er in de mail. Met een aangehecht artikeltje onderstreepte deze ouder zijn punten.

    Merida (2): “Weet je, ik ga eens rustig met haar zitten”

    Over Merida hebben mijn collega en ik allebei vragen. Dingen die we niet snappen. Dingen die we graag willen weten: hoe kan het dat we zo’n ander meisje teruggekregen hebben dan we twee jaar geleden hebben uitgezwaaid? Kán ze wel Nederlands, maar durft ze het niet? Zit ze misschien verbaal in een ‘stille periode’ en moeten we uitdagen en stimuleren? Of zit de sleutel eerder bij bemoedigen, haar de tijd geven? “Weet je”, zegt haar stamgroepleider, “ik ga eens rustig met haar zitten.”

    Tim (2): “Thijmen was ook zo. Hoe deed je dat toen?”

    Als ik mijn collega heb gehoord over Tim, zijn er nog een paar minuten over voor de kinderen naar binnen komen. Er schiet me iets te binnen: “Dat wat je over Tim vertelt, doet me denken aan Thijmen. Met hem ging het aan het begin van het jaar toch ook moeizaam? Dat gaat nu heel goed, voor zover ik kan zien. Wat heb je met hem toen gedaan?” Ik zie de bezorgde blik plaatsmaken voor iets lichters. Mijn collega begint te vertellen. Thijmen heeft een thermometer, hij geeft daarmee aan hoe hij zich voelt. Hij heeft ook een mapje waarin hij met de ib’er smileys kleurt om bepaalde momenten te evalueren. “En”, zegt mijn collega, “Ik hoef Tim maar in de ogen te kijken en dan zie ik of hij vol zit.”

    Insecten eten (3): wat we bedoelen met ervaringsgericht

    Over onze teasers hebben we geen moment getwijfeld. De voorpret was al groot en, eenmaal uitgevoerd, waren de ervaringen voor de kinderen rijk. Kaas rollen, in sokken knippen, insecten proeven – van die dingen die je nooit meer vergeet. Het is precies wat we bedoelen als we ons onderwijs ervaringsgericht noemen: samen beleven, samen verwonderd zijn, samen spelen en verkennen. Dat we die uitgebreide mail van een ouder kregen, was iets waar je op het eerste gezicht een beetje van kan schrikken. Allemaal zijn we het bijgevoegde artikel gaan lezen en samen bespreken we na schooltijd wat we ermee willen, behalve de ouder bedanken voor de feedback en de betrokkenheid.

    “Stel je voor”, zeg ik, “dat we in de voorbereidingen het argument: ‘Maar wat zouden ouders ervan vinden?’ hadden opgeworpen, zouden we dan onze teasers nog gedaan hebben?” Ik heb regelmatig in gesprekken gezeten waarin juist dit argument ter tafel kwam. Het is een gevolg van minder ‘veilig’ onderwijs. Van ‘ervaren van’ in plaats van ‘leren over’. Pakt zoiets voor niet alle ouders lekker uit, dan kan het een hoop gedoe opleveren en dat kost tijd en levert niet altijd energie op. Toch heeft de vraag ‘Wat zouden de ouders vinden?’ ook een remmende werking op de flow waar je in zit. Het haalt de wind uit de zeilen, het legt een zelfcensuur op de pedagogische vrijheid en verantwoordelijkheid die je als stamgroepleider wil dragen. Ik denk dat wanneer je in volle overtuiging voelt dat iets geweldig is om te doen, je het eigenlijk het zou moeten durven. En dat een keuze gemaakt uit visie of passie, omdat je vindt dat dat het goede is voor kinderen, altijd uit te leggen is aan ouders. Als je ouders meeneemt in de manier waarop je keuzes maakt, doe je het echt samen.

    Tim (3): op zoek naar de persoon achter het gedrag

    Mijn collega in het lege lokaal gaat deze schooldag aan de slag met het herontdekken van Tim, de persoon achter het gedrag. Wat kan hij zelf doen, of juist achterwege laten, om de cyclus van waarschuwen en toch weer uit de bocht vliegen te doorbreken? Wat drijft Tim? Waarmee kan hij ontladen, of juist weer opladen? Hoe kan zijn impulsieve energie beter geleid worden naar wat hij fijn vindt om te doen, naar wat hij goed kan, naar waar hij zijn groepsgenoten niet mee stoort en misschien zelfs helpt? Het zal niet precies hetzelfde zijn als bij Thijmen, maar Thijmen dient nu wel als inspiratiebron voor hoe het anders kan.

    Merida (3): gelaagder perspectief

    Aan het eind van de dag gaat de stamgroepleider van Merida naast me zitten aan de teamtafel. Ze heeft haar gesproken. Uit wat Merida verteld heeft, blijkt dat ze twee jaar lang op een erg prestatiegerichte school heeft gezeten. Het lijkt erop dat het haar zelfvertrouwen geen goed heeft gedaan. Maar ook voordat ze met haar ouders naar het buitenland ging, bleken er al wat zorgen. Steeds meer wordt duidelijk. Nieuwe plannen, nieuwe ideeën: wat betekent dit voor de begeleiding van haar? Tijd, vertrouwen, ondersteuning, geduld…

    Op de fiets: Wat wij doen, betekent iets

    Ik stap op mijn fiets en terwijl de wind door mijn haar gaat, laat ik mijn indrukken nog even niet verwaaien. Zoveel momenten, zoveel perspectieven, elke dag weer. Er staat in ons vak veel op het spel. Iedereen wil het graag goed doen, voor de kinderen maar ook voor de ouders, voor collega’s en misschien zelfs de wijk. Aanbod, omgeving en tijd staan in dienst van de ontwikkeling van onze kinderen. Steeds weer is het zoeken en laveren, koersen uitzetten en andere richtingen uitproberen. Maar precies de zoektocht zelf geeft rijkdom, reliëf en waarde aan ons vak. Op het moment dat aanbod, omgeving of tijd leidend worden, vergeten we het kind in deze zoektocht en slaan we onherroepelijk een doodlopende weg in. Het was een dag vol zoektochten met hier en daar antwoorden en tig nieuwe vragen. Waarom voel ik me dan toch zo voldaan? Misschien omdat ieder uit-de-bocht-vlieg-moment, iedere leermoeilijkheid, ieder gesprek met ouders over een verschil van inzicht een appel is op ons vakmanschap. Wat wij doen, betekent iets. Nog een paar kilometer tot thuis. Morgen weer een dag.

    Kees Groos is adjunct-directeur en schoolopleider op Jenaplankindcentrum de Peppels/de Canadas in Boxmeer. Ook leidt hij een dag in de week een stamgroep.

    De voorvallen uit dit artikel zijn gebaseerd op waargebeurde ervaringen op school, hoewel de namen pseudoniemen zijn en ze op verschillende momenten gebeurd zijn.

    Fotocredits: Kaasrollen: Dave Farrance (wiki, creative commons); Cooper's Hill: Pete Verdon (wiki, creative commons); Fiets: Cristiana Raluca (pexels, creative commons)

    0 reacties

    Reageer op dit artikel