De redactie van Mensenkinderen verhoudt zich deze weken alvast tot het thema 'vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’, dat centraal staat in ‘De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026’. Dit nieuwe rapport van Saxion en de traditionele vernieuwers van montessori, dalton, freinet, vrijeschool en jenaplan verschijnt op maandag 13 april. Geef je op om bij de online lancering te zijn.
Het leek me niet te lukken. Ik hoorde mijn zeer gewaardeerde collega’s de meest interessante gedachten delen over ‘vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’ tijdens onze redactievergadering, maar bij mij liep het vast. Het vreemde was dat ik hen begreep. Ik voelde hun woorden en herkende hun analyses en anekdotes. Ze leken op wat ik in mijn eigen praktijk tegenkom.
Ergens wist ik precies wat ik wilde bijdragen aan het gesprek, ergens zag ik het zelfs voor me, maar glashelder werd het niet en woorden eraan geven kon ik al helemaal niet. Een troebel beeld waardoor ik niet kon komen tot een concreet voorbeeld, een heldere insteek, laat staan dat ik een geschikt boek aan de thematiek kon koppelen.
Het duurde een paar dagen, een week en vervolgens zelfs nóg een week. In die tijd liet het onderwerp me nauwelijks los, maar eerlijk is eerlijk, ik liet me intussen ook gretig meevoeren met alles wat elke nieuwe dag me weer bracht. Ik nam deel aan een geweldige training in Utrecht; bezocht een dag later zes vmbo-brugklassen om hen te enthousiasmeren over de schoolbibliotheek; ik maakte bestellijsten; presenteerde werkvormen en gaf tijdens een netwerkbijeenkomst uitleg over het waanzinnige effect op ieders leven wanneer je je leesplezier hebt (her)ontdekt.
Als de haan kraait en de koffie doorloopt
Het duurde tot een zaterdagochtend aan het einde van een wispelturige maartmaand. ’s Ochtends sta ik altijd als eerste op. Of het nu een doordeweekse dag is of het weekend. Op de een of andere manier ontwaak ik telkens zodra de haan zijn eerste kraaitje kraait. Dan start mijn ritueeltje: de hondjes krijgen hun ontbijt, de tafel wordt gedekt en zodra het pruttelen van de koffie stopt en de kan volgestroomd is, wacht ik met mijn boek totdat de anderen naar beneden komen. Het is misschien wel een van mijn favoriete momenten van de dag. Een stil, rustig moment.
Deze ochtend startte net zo, met als enig verschil dat we op zaterdag niet naar school of ons werk gaan, maar de dag beginnen met Tai Chi. En eindelijk lukte het me om te komen tot vertraging, nota bene tijdens die Tai Chi-les. Nu hoort vertraging sowieso een cruciaal onderdeel van zo’n les te zijn, maar zelden lukt het me – ook dan niet – om mijn gedachten en mijn gemoed volledig stil te krijgen. Nu overkwam me iets. Was het de ritmische herhaling? Ik voelde eindelijk wat de ‘vertraging’ kon betekenen voor anderen, voor kinderen, voor het onderwijs.
"Een moment. Puzzelstukjes die in elkaar vielen. Het effect van de zachtjes deinende groepsbewegingen."
Een moment. Puzzelstukjes die in elkaar vielen. Het effect van de zachtjes deinende groepsbewegingen. De cadans die ik in mijn binnenste voelde. En ook: de sfeer die ik herkende van het moment dat ik die ochtend in mijn boek verdiept was geweest. Dat alles zorgde dat ik begreep hoe waardevol het is om op school of in een stamgroep regelmatig ‘vertraging’ toe te passen. Misschien niet eens toepassen, maar het laten ontstaan, want dat is wat er gebeurt: je kunt het laten ontstaan.
Een echte Hardeman, maar dit keer geen dun Young Adult-boek
Die ochtend las ik Hazenhart, een boek dat ik in eerste instantie vanwege de mysterieuze titel en aanlokkende kaft had uitgekozen. Het is geschreven door Henk Hardeman, die ik vooral ken van zijn toneelleesboeken voor het basisonderwijs en zijn YA-boeken, waaronder Wie is Adam Westerman? en Wat gebeurde er met David? Het zijn titels die ik graag bestel voor de middelbare scholen, waarvoor ik de collectie mag verzorgen. Ze zijn dun genoeg en beginnen meteen spannend – stevige aanbevelingen voor jongeren op zoek naar hun leesmotivatie.
Met Hazenhart doet Hardeman iets anders. Het boek heeft een prettige dikte, 368 pagina’s, en is voorzien van fantastische illustraties, gemaakt door Maaike Putman. Persoonlijk geniet ik erg van de minuscule, gedetailleerde tekeningetjes die delen van alinea’s versieren. Het boek valt onder ‘fantasy’ en wordt ingedeeld als B-boek (9-12 jaar). Maar net als bij Hardemans dunnere YA-boeken ben je onderweg zodra je de eerste regel leest. De tijd staat stil en je waant je in een heel andere wereld. Wacht, ik zal je ook meenemen…
"Net als bij Hardemans dunnere YA-boeken ben je onderweg zodra je de eerste regel leest."
Twee weeskinderen en de wedergeboorte van een wrede heerser
Hazenhart en Kysia zijn allebei wees. Hazenhart leeft bij zijn oom, maar wordt door hem alleen als hulpje gebruikt. Op aandacht en erkenning hoeft hij niet te hopen. Kysia woont bij een geleerde professor. De omstandigheden zijn ook voor haar niet rooskleurig. Ze moet taken uitvoeren en wordt verder nergens bij betrokken.
En dan worden Kysia en de professor door de dorpelingen ook nog gezien als vreemde snuiters, als rariteiten. Over Kysia doet het gerucht de ronde dat ze een heks is en over de professor dat hij gebruik maakt van tovenarij. De stroom roddels en verdachtmakingen zwelt aan, onrust en woede bereiken een kookpunt en het komt ervan dat de dorpelingen het huis van Kysia en de professor in een brand vernietigen.
De professor overleeft het niet, Kysia weet te ontsnappen mét dat ene boek - het boek waarvan de professor geobsedeerd was, of liever gezegd: hij was gefascineerd door de implicaties ervan voor het heden. Het boek over Heer IJzerhart, een tiran die dood en verderf zaaide. Hij werd verslagen door Heer Nobelhart, maar op wonderlijke wijze steeds weer tot leven komt.
"Heer IJzerhart. Hoe heeft deze tiran geleefd? Wat is zijn geheim? En op welke manier is hij nu opnieuw tot leven gekomen?"
Er blijkt een kleinere vorm van hetzelfde boek te vinden in de woning van Hazenhart. Zonder medeweten van zijn oom, leest hij het. Hij vindt de gruwelverhalen fascinerend en kent het boekje na verloop van tijd uit zijn hoofd. En dan, door toeval, kruisen de levens van Kysia en Hazenhart elkaar. Ze ontdekken dat ze een overeenkomstige interesse hebben: Heer IJzerhart. Hoe heeft deze tiran geleefd? Wat is zijn geheim? En op welke manier is hij nu opnieuw tot leven gekomen?
De heerlijke herinnering aan hoe ik vroeger las
In eerste instantie begreep ik niet wat dit boek met me deed. Ik las over de tragische situatie van Hazenhart en Kysia, en voelde een ongekende verbondenheid. Ik huiverde wanneer ik las over de gruweldaden van Heer IJzerhart en knabbelde zenuwachtig op mijn nagels gedurende de rit in de postkoets. Ik voelde weerstand wanneer de reis niet soepel verliep door oponthoud dat werd veroorzaakt door grimmige (of misschien toch niet zo grimmige) toestanden. En dan was er die charmante struikrover, Dekselse Dirk. En de geldzuchtige oom Hector…
Al lezend verkeerde ik in een andere tijd, een andere omgeving, een andere dimensie. Het was zenuwslopend, hartverwarmend, hoopvol én herkenbaar. En opeens begreep ik het. Het was precies dát waardoor ik zo geraakt werd. De herkenbaarheid van het heerlijke gevoel dat het lezen van boeken vroeger bij me teweegbracht. Ik was even terug in de tijd, dit was nostalgie!
Hazenhart liet mij opnieuw mijn kindertijd ervaren. Ik zag weer voor me hoe ik in onze woonkamer nestelde op een flinke stapel kussens, naast de kachel, met een boek. Niet zomaar een boek, maar zo eentje waarin ik volledig kon verdwijnen. Ik wérd het verhaal dat werd verteld.
"Hazenhart liet mij opnieuw mijn kindertijd ervaren. Het voelde als een vleugje Tonke Dragt, een snufje Astrid Lindgren en een flintertje Els Pelgrom."
Hazenhart voelde als een vleugje Tonke Dragt, een snufje Astrid Lindgren en een flintertje Els Pelgrom. De leeservaring zorgde dat ik weer even daar was, in een heel fijne tijd, waardoor ik ervoer hoe heilzaam de vertraging van helemaal verdwijnen in een boek werkte. Ik bleef dan ook even in die tijd, in dat moment. Veilig en warm naast de kachel, genietend van de knetterende geluiden van het vuur. Op de achtergrond hoorde ik geluiden uit de keuken waar mijn vader brood bakte en mijn moeder een vlaai. Ze spraken op gedempte toon met elkaar, hun stemmen ritmisch afwisselend. Ik rook de geur van het gerezen deeg, de zoete pruimenvulling en voelde een intense dankbaarheid voor dit moment van aangenaam, helend oponthoud.
Brug tussen nieuwe literatuur en nostalgie
Terwijl ik mijn bewegingen liet gebeuren tijdens de Tai Chi, begreep ik dat, wanneer Hazenhart dit met mij deed, dit boek – of welk boek dan ook – ditzelfde effect kon bewerkstelligen voor anderen. Het zou zomaar kunnen zijn dat dit bijzondere effect een bijdrage zou kunnen leveren aan het bevorderen van leesplezier. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat, wanneer anderen een vergelijkbaar boek lezen, ervaren dat nieuwe literatuur je ook nostalgie kan meegeven.
Het is geen nieuws dat leraren aan de kinderen in hun groep graag de boeken aanraden die zij zelf ooit lazen. Hoe lief dit ook bedoeld is, het werkt vaak niet. Klassiekers zijn waardevol, maar niet geschikt voor elke lezer en ze zijn ook geen gegarandeerd ticket naar leesplezier. Een boek als Hazenhart kan op bijzonder mooie wijze een brug vormen tussen de huidige kinder- en jeugdliteratuur en het aangename nostalgische gevoel waar je als mens zo graag naar terugkeert.
Judith Knapp werkte als stamgroepleider. Behalve redactielid van Mensenkinderen is ze ook leesconsulent voor Bibliotheek De Domijnen.
Henk Hardeman
Hazenhart
Illustraties: Maaike Putman
(2025, Van Goor, 368 pagina’s, € 18,99, bovenbouw)
Beeldverantwoording:
Boekillustraties: Maaike Putman
Schilderij: P. S. Krøyer "Roser. Haveparti fra Skagen med kunstnerens hustru siddende i en havestol" (1893)
Koffiefoto: Pixabay, Creative Commons
0 reacties