Stamgroepleiders samen in één bouwruimte, goed idee?

Een teamgerichte arbeidsorganisatie op jenaplanschool Het Spoor

Wat is de beste groep om samen te leven en te werken? Peter Petersens antwoord: een leeftijdsheterogene stamgroep. De ideale groepsvorm blijft een levendige kwestie. Onderzoeker Lida Klaver zag hoe het team van Jenaplanschool Het Spoor kiest voor een aanvullend organisatiemodel. In hun nieuwbouw zitten de kinderen en stamgroepleiders van een hele bouw, drie stamgroepen bij elkaar, samen. Nee, zegt de school: dat leidt niet tot unitonderwijs en de stamgroep blijft de basis. Eén van de voordelen, tevens een uitdaging, is dat stamgroepleiders zichtbaarder zijn voor elkaar.
Door Lida Klaver

Peter Petersen vernieuwde het traditionele onderwijs en startte het Jenaplan. Eén van de belangrijkste vragen hierbij was voor hem: “Wat is de beste groep om samen te leven en te werken?” (Petersen, 1937/2024, p. 145). Zijn antwoord: een leeftijdsheterogene groep, met bewegingsvrijheid en frisse lucht, in gemeenschap, met door allen nagestreefde doelen. In zijn oefenschool experimenteerde hij met zijn ideeën en hij werkte deze uit in onder andere Het Kleine Jenaplan. Het Jenaplan staat echter niet stil. Zoals Suus Freudenthal-Lutter, grondlegger van het Jenaplan in Nederland immers stelde: het Jenaplan is een interpreteerbaar streefmodel en ontvankelijk grondmodel. Ook de vraag wat de beste groep is om samen te leven en te werken blijft een levendige kwestie, waarover nog altijd wordt gereflecteerd en waarmee verder wordt geëxperimenteerd. Dit zien we bijvoorbeeld op Jenaplanschool Het Spoor in Zeist.

Jenaplan als interpreteerbaar streefmodel en ontvankelijk grondmodel: “Het grondmodel is ontvankelijk omdat het de schoolgemeenschap uitnodigt tot voortdurende reflectie op nieuwe maatschappelijke, pedagogische en wetenschappelijke inzichten. Tegelijkertijd biedt het streefmodel richting: een gemeenschappelijk fundament van basisprincipes dat ruimte laat voor interpretatie, maar wel binnen bepaalde grenzen.” (Bors et al., 2025, p. 96)

Samen een team

In het Jenaplan is een driejarige stamgroep met een stamgroepleider de meest voorkomende vorm van het organiseren van het onderwijs, maar er zijn ook scholen met tweejarige stamgroepen of met een andere indeling zoals een apart leerjaar 3 of 8. In deze voorbeelden gaat het om het groeperen van kinderen. Maar er kan ook geëxperimenteerd worden met het samenwerken en samenleven van het team.

Op Jenaplanschool Het Spoor wordt al meer dan vijf jaar gewerkt vanuit de principes van een teamgerichte arbeidsorganisatie (Van der Hilst, 2020). Deze aanpak betekende dat per bouw samengewerkt werd in het voorbereiden van onderwijs en het bespreken van de kinderen. Sinds kort heeft Het Spoor een nieuw gebouw waar de samenwerking binnen het team nog een stapje verder gaat: ook tijdens schooltijd is nu meer samenwerking mogelijk.

'Er zijn géén klassieke klaslokalen meer, waardoor ook stamgroepleiders meer samen leven en werken.'


Per bouw is er een grote bouwruimte en enkele kleine ruimtes. Kinderen kunnen stil leren, samen leren, staand of zittend. De bouwruimte is zo ingericht dat er drie of vier subruimtes ontstaan en er ruimte is voor instructie in kleine en grotere groepen. Er zijn géén klassieke klaslokalen meer, waardoor ook stamgroepleiders meer samen leven en werken. Elke bouw heeft een bouwteam van stamgroepleiders die samen verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan alle kinderen in de bouw. Tegelijkertijd hoeven niet alle stamgroepleiders volledig zicht te houden op alle kinderen in hun bouw. Er wordt vanuit de stamgroepen gewerkt en een stamgroepleider houdt zelf overzicht op de gehele ontwikkeling van diens 'eigen' kinderen.

De teamgerichte arbeidsorganisatie (TAO voor ingewijden) is een van de richtingen binnen het ‘anders organiseren’. Termen die voor min of meer vergelijkbare vormen van anders organiseren worden gebruikt zijn ‘teamgericht organiseren’, ‘teamteaching’ en ‘unitonderwijs’ (Klaver & Van der Zee, 2023). Unitonderwijs is volgens Het Spoor wel echt anders dan wat zij doen, omdat de stamgroepen de basiseenheid blijven, niet de bouw. De manieren waarop en ook de redenen waarom scholen hun onderwijs anders organiseren zijn divers. Denk aan: minder werkdruk, meer werkgeluk, omgaan met en het tegengaan van het lerarentekort, inclusief onderwijs en beter onderwijs.

Teamgerichte arbeidsorganisatie in het Jenaplan?

Maar waarom zou een jenaplanschool voor deze manier van groeperen en inrichting kiezen en hoe pak je dit aan? Wat betekent dit voor het jenaplanconcept? Wat betekent een groep van 80-90 kinderen in één bouwruimte voor de opvoedingsgemeenschap? Om een indruk te krijgen van het samenleven en samenwerken in het nieuwe schoolgebouw, heb ik onder schooltijd een bezoekje gebracht aan Jenaplanschool Het Spoor. Ik ging langs in de verschillende bouwen, sprak kort enkele stamgroepleiders en kinderen en stelde al mijn vragen hierover aan directeur Margo Foppen en stamgroepleider José Segers.

'Meer gebruikmaken van ieders talenten, de kinderen beter bedienen en meer samenwerken binnen de bouw waren belangrijke wensen. Tegelijkertijd vormde de jenaplanvisie de basis.'


Zij vertellen me over hoe zij het ‘programma van eisen’ voor het nieuwe gebouw ontwikkelden. De teamgerichte arbeidsorganisatie was hierbij belangrijk: meer gebruikmaken van ieders talenten, de kinderen beter bedienen en meer samenwerken binnen de bouw waren belangrijke wensen. Tegelijkertijd vormde de jenaplanvisie de basis. Onder begeleiding van HetKan! werd gewerkt aan de pedagogische en didactische grondhouding en van daaruit gedacht over hoe een ‘dag in de nieuwbouw’ eruit zou moeten zien. Een voorbeeld van die pedagogische grondhouding vormt het leggen van eigenaarschap bij de kinderen: observeren, kijken met wat voor vragen de kinderen komen en samen met hen bedenken wat ervoor nodig is dat ze jou niet meer nodig hebben. Heel veel discussies verder lag er een programma van eisen en nu staat er een gebouw waar het team en de kinderen hun weg vinden.

Onderlinge zichtbaarheid

Eén van de voordelen (en een uitdaging) waar José en Margo over spreken is dat stamgroepleiders zichtbaarder zijn voor elkaar. Dit biedt mogelijkheden voor het geven van feedback en het bij elkaar de kunst ‘afkijken’. Tegelijkertijd kan deze zichtbaarheid ook tot spanning leiden. Het goede gesprek gaat dan over de scheidslijnen tussen hulp bieden en bemoeien en tussen gesteund en gecorrigeerd voelen. En hoe kun je in samenwerking ook je eigen leiderschap tonen? Waar ligt de grens tussen je eigen manieren hebben enerzijds en overeenstemming over bijvoorbeeld algemene gedragsregels anderzijds? Ook voor de kinderen zijn de verschillen tussen stamgroepleiders zichtbaarder!

'Waar ligt de grens tussen je eigen manieren hebben enerzijds en overeenstemming over bijvoorbeeld algemene gedragsregels anderzijds? Ook voor de kinderen zijn de verschillen tussen stamgroepleiders zichtbaarder!'
 

Megastamgroep?

De bouwen aan het werk ziend, en in gesprek met twee meiden uit de bovenbouw werd het antwoord op mijn vraag ‘wat is dan de stamgroep’ duidelijker. Deze meiden vertelden dat ze elke dag starten in hun eigen stamgroep met hun eigen stamgroepleider. Ze hebben hun eigen vaste kring in de bouwruimte. En het zijn de kinderen uit hun stamgroep die ze goed kennen. Alle kinderen uit de bouw echt kennen? Nee, dat hoeft niet en kan ook niet.

En hoe zit dat voor de stamgroepleiders? Kunnen zij echt het overzicht houden in zo’n grote ruimte? Peter Petersen (1937/2024, p. 164) schreef: “Een klaslokaal moet zo groot zijn, respectievelijk zoveel kinderen kunnen herbergen, dat het pedagogisch overzichtelijk is en de groepsleider of -leidster er alles en iedereen in het oog kan houden. … Aan de andere kant is het ook weer zo, dat elke onderwijzer in staat is om zijn capaciteiten op dit gebied te ontwikkelen, en wat in het begin ondoenlijk leek, bleek uiteindelijk toch te gaan en zelfs uitstekend te gaan.” In de bouwruimtes op Het Spoor zou het zelfs voor een heel goede stamgroepleider uitdagend zijn om alle kinderen van een bouw in het oog te kunnen houden. Maar in het licht van de teamgerichte arbeidsorganisatie, moeten we bij het interpreteren van deze passage van Petersen ook overwegen dat het bouwteam gezamenlijk verantwoordelijk is voor de groep kinderen. Gezamenlijk kunnen drie stamgroepleiders wél alle kinderen in de bouwruimte in het oog houden.

'Gezamenlijk kunnen drie stamgroepleiders wél alle kinderen in de bouwruimte in het oog houden.'
 

José vertelt: “We organiseren ons onderwijs zo dat er momenten zijn dat we instructies delen, dat geeft ruimte en meer mogelijkheden voor volledige aandacht voor de kinderen. Tegelijkertijd zijn we altijd betrokken bij alles wat onze stamgroepkinderen leren. Stamgroepleiders controleren het werk en leggen de ontwikkeling van de eigen stamgroep vast, voeren zelf gesprekken met ouders/verzorgers en eventuele andere betrokkenen en schrijven de rapporten. We zijn dus altijd op zoek naar de balans tussen handig organiseren en het overzicht houden op je eigen stamgroep. Met elkaar kijken wanneer de vragen groot zijn en elkaar ondersteunen wanneer het fijn is of wanneer het gewoon even niet lukt met een situatie of een kind, is waardevol en absoluut een meerwaarde van het werken met elkaar in een ruimte. De veiligheid van je stamgroep waarborgen om zo alle kinderen te laten floreren vanuit relatie en verbinding is het uitgangspunt.”

Impact op de kinderen

Eén van mijn vragen aan José en Margo was wat de impact op de kinderen is. Of de behaalde resultaten door de andere manier van organiseren komen is een vraag, maar uit hun ervaring merken ze wel de volgende voordelen voor de kinderen. Ten eerste, er zijn voor de kinderen meerdere stamgroepleiders om naar toe te gaan met hun vragen of verhaal, dit biedt veiligheid. Ten tweede, in de grotere bouwruimte is er met de verschillende soorten werkplekken meer vrijheid om te bewegen en om een bepaalde werkhouding aan te nemen. Ten derde, kinderen leren meer rekening houden met elkaar. En ten vierde, kinderen zien hun stamgroepleiders samenwerken. Stamgroepleiders zijn dagelijks in staat de belangrijke jenaplanessentie ‘samenwerken’ te modelen.

Geluid en rust

Een veelgehoorde twijfel bij zoveel kinderen in één ruimte (net als bij kantoortuinen) is het geluidsniveau. Kunnen kinderen zich wel concentreren? Wat bijzonder is: op Het Spoor wordt nu meer rust in de bouwen ervaren dan er in de lokalen was. Met hulp van de architect is erg geïnvesteerd in de akoestiek en er zijn aparte ruimtes voor activiteiten die meer geluid opleveren of juist om in stilte te werken. Maar interessanter vond ik de groepsprocessen die het geluidsniveau beïnvloeden. Iedereen is met z’n allen verantwoordelijk voor het geluid. Ook de kinderen die ik sprak leken zich hiervoor verantwoordelijk voelen: één van hen vertelde dat ze nu beter leren om een ander aan te spreken als ze last van elkaar hebben.

'Iedereen is met z’n allen verantwoordelijk voor het geluid. Eén kind vertelde dat ze nu beter leren om een ander aan te spreken als ze last van elkaar hebben.'
 

Dit zie ik ook gebeuren tussen de stamgroepleiders. Drie kringen in één bouwruimte, ieder onder leiding van een stamgroepleider. Wanneer een van de groepen aan het werk gaat, maken ze teveel lawaai en worden aangesproken door de stamgroepleider wiens kring ze op dat moment storen. Margo licht bij deze observatie toe: de gevolgen van ‘rellend gedrag’ zijn groter, wat meer zelfregulatie tot gevolg lijkt te hebben. Je wilt geen 80 kinderen van de wijs brengen.

Dit deed me denken aan deze passage van Petersen (1937/2024, p. 75) over de ‘gemeenschapsopvoeding’: “Het groepsleven zelf levert de stof voor de zedelijke opvoeding. De leerlingen hoeven bijvoorbeeld alleen maar dagelijks herhaalde malen hun boeken, hun schrijfgerei uit hun vak achter in het lokaal te moeten halen, waarbij ze zich tussen de werkende groepsgenoten door moeten bewegen. Wat een oefening doen ze daarbij elke dag, ja elk uur op, om zich te beheersen, niet onnodig te staan kwebbelen, niet te storen, hoffelijk en correct voor een ander uit de weg te gaan, op een ander te wachten, behulpzaam te zijn waar zich daartoe een gelegenheid voordoet, enz.!

Op Jenaplanschool Het Spoor blijven ze reflecteren en vanuit de jenaplanvisie samen hun onderwijs versterken. Hierbij zullen ze vast voor nog veel discussies en uitdagingen komen te staan, want met deze andere manier van organiseren van het onderwijs, wordt het groepsleven en daarmee de gemeenschapsopvoeding nog intenser. Voor kinderen én stamgroepleiders.

Lida Klaver is onderzoeker bij het Saxion-lectoraat Vernieuwend Onderwijs. Ze was daarnaast enkele jaren stamgroepleider op Jenaplanschool Zonnewereld in Vleuten. Lida werkte vorig schooljaar mee aan twee jenaplanpublicaties: ‘Jenaplan en Burgerschapsonderwijs: De school als opvoedingsgemeenschap’ (Saxion i.s.m. NJPV) en ‘Ontwikkeling van Jenaplan in lijstjes’ (NJPV). Dit jaar doet ze o.a. onderzoek naar de implementatie van verschillende ‘jenaplanlijstjes’ in de schoolpraktijk.

Literatuur

Bors, G., Klaver, L., De Brouwer, J., & Van der Zee, S. (2025). Jenaplan en burgerschapsonderwijs: De school als opvoedingsgemeenschap. Saxion. https://doi.org/10.5281/zenodo.15581804

Klaver, L., & Van der Zee, S. (2023). “The Next Education Workforce”: Inspiratie uit Arizona. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 4, 45-62. https://doi.org/10.63379/6t484s67

Petersen, P. (2024). Van didactiek naar onderwijspedagogiek. NJPV. https://www.jenaplan.nl/nl/winkel/41/van-didactiek-naar-onderwijspedagogiek (Origineel werk gepubliceerd in 1937)

Van der Hilst, B. (2020). Teamgericht organiseren in het basisonderwijs. Het Leren Organiseren.

1 reactie

  • Interessant artikel over een loot in het ‘Ontvankelijk grondmodel’.
    Belangrijk om nooit te blijven stilstaan, maar binnen het concept naar nieuwe, eigentijdse, wegen te zoeken , ook als het om organisatievorm gaat. Daarbij hoort ook evaluatie. Heeft deze vorm op veel langere termijn ook een meerwaarde? Daar ben ik wel benieuwd naar. Hoe kijken kinderen en leerkrachten er uiteindelijk op terug.

    Peter van Dijk.

Reageer op dit artikel

Direct contact met de redactie?

Geert Bors, hoofdredacteur Mensenkinderen: mensenkinderen@njpv.nl